Vraag om uitleg

van LUDWIG VANDENHOVE
datum: 4 oktober 2022
aan ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME


15 september 2022 : Ingediend
15 september 2022: Naar commissievoorzitter
22 september 2022: Ontvankelijk
22 september 2022: Klaar voor behandeling in de commissie
4 oktober 2022: Commissievergadering


Vraag om uitleg van Ludwig Vandenhove aan Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, over de Leidingstraat Antwerpen-Ruhr

Verslag

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Collega’s, minister, ik heb over deze problematiek al een aantal vragen gesteld, zowel mondeling als schriftelijk. Vermits we hierover al een hele tijd niets meer gehoord of gelezen hebben, bij dezen een nieuwe vraag.

In eerdere vragen heb ik telkens om een stand van zaken gevraagd, maar de onduidelijkheid hierrond blijft aanslepen en de omwonenden, stakeholders en actiegroepen zijn dan ook ongerust. Het bewijs daarvan kan worden gevonden in de vele bezwaren die werden ingediend, en in een petitie met heel wat handtekeningen tegen de plannen. Nu, in Vlaanderen is het niet simpel meer om nog iets grootschaligs te doen, dat begrijp ik, maar toch denk ik dat de bevolking en de betrokken gemeenten recht hebben op duidelijkheid.

Eind februari gaf u te kennen dat u het plan qua doelstellingen en tracés zou herwerken en dat dit dossier na de krokusvakantie, die ondertussen al even voorbij is, opnieuw op de agenda van de Vlaamse Regering zou komen. Intussen zijn we een halfjaar verder en hebben we niets meer vernomen over de Leidingstraat. Ik achtte het daarom nuttig om nog eens een aantal vragen te stellen.

Minister, wat is de laatste stand van zaken in het dossier van de Leidingstraat?

In uw antwoord in de commissie Leefmilieu op donderdag 24 februari 2022 zei u dat de eerstvolgende stap van het planteam eruit bestond zijn resultaten voor te leggen aan de Vlaamse Regering. U zei daarbij ook dat een hertekening van de tracés en doelstellingen een nieuwe startnota en daarom ook een nieuwe informatieronde vereisten. Zijn de resultaten van het planteam reeds voorgelegd aan de Vlaamse Regering? Indien niet, waarom niet? Wanneer verwacht u dit? Waarom is de oorspronkelijke timing dan niet aangehouden?

Is er al zicht op een nieuwe startnota? Indien niet, wanneer mogen we de nieuwe startnota en de daaropvolgende nieuwe informatieronde verwachten?

In uw antwoord op donderdag 24 februari 2022 zei u ook dat uw planteam een grondige aanpassing van de tracés zou voorstellen, met fundamentele aanpassingen aan de doelstellingen zelf. Hoe ver staat het planteam met de aanpassing van de tracés? Welke verschuivingen zijn er in vergelijking met de drie vorige tracés uit de plannen? Wat bedoelt u precies met die ‘fundamentele aanpassingen aan de doelstellingen’? In welke mate verschillen de doelstellingen uit de nieuwe startnota met die van de oude?

Ik verwijs nogmaals naar uw belofte dat u met dit dossier na de krokusvakantie naar de regering zou gaan – normaal gezien houdt u zich aan uw beloftes – en dat u nadien een uitgebreide communicatie zou opzetten richting lokale besturen en bevolking. Is deze communicatie in voorbereiding? Zo niet, waarom niet?

In de pers is er momenteel heel wat commotie rond het Ventilusproject, aan de andere kant van Vlaanderen. Zorgt de commotie en vertraging rond Ventilus voor een vertraging in dit dossier? Is er een verband? Zo ja, op welke manier?

Ik kijk uit naar uw antwoord.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het feit dat het stil is rond het dossier, wil zeggen dat er hard aan gewerkt wordt. (Opmerkingen van Ludwig Vandenhove)

We hebben nog een aantal weken tot aan de krokusvakantie, maar de bedoeling is inderdaad om dit dossier tegen dan naar de regering te brengen.

De afgelopen weken heb ik nog samengezeten met het planteam en de administratie om te bekijken waar we grondige aanpassingen aan het tracé willen realiseren en hoe we de doelstellingen tegelijkertijd overeind kunnen houden. U weet ook dat we aan de industrie hadden gevraagd of het tracé wel zo breed moet zijn. Ook dat is dus gebeurd.

Het planteam stelt dat het project cruciaal is om de klimaat- en energietransitie van de grootste economische clusters in Vlaanderen mogelijk te maken. Om dat te realiseren moeten we de transitie in de plandoelstelling uitdrukkelijker verankeren. Dat maakt het project ook concreter en realistisch.

Er zijn inderdaad heel wat bezwaren ingediend en we proberen een antwoord te bieden op de vele inspraakreacties. Het is duidelijk dat dit project onmiskenbaar is, maar voor mij is het cruciaal dat we het goed kunnen uitvoeren. Daarom hebben het planteam en de administratie de laatste weken en maanden aanpassingen aangebracht aan het tracé, zodat we zo weinig mogelijk moeten raken aan natuur-, bos- en woongebieden. Die oefening loopt. Zodra de administratie dit voorstel heeft uitgewerkt, wil ik dat resultaat aan de Vlaamse Regering voorleggen en daarna delen met zowel de gemeentebesturen als de ruime bevolking. Dat spreekt voor zich, want er zijn heel wat bezorgdheden die we moeten wegnemen. Dat is ook de reden waarom we het tracé herbekijken.

Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord wat de startnota betreft. De herwerking van dit dossier moet nog voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering, zodat we van de stand van zaken kennis kunnen nemen en een beslissing kunnen nemen in het dossier. Pas nadien komt er een nieuwe startnota. Zodra mijn administratie haar werkzaamheden klaar heeft, kan dit allemaal gebeuren. Zoals al aangegeven, willen we ook grondig communiceren met de bevolking en de gemeentebesturen over het gewijzigde planvoornemen en de tracés. Na de beslissing binnen de Vlaamse Regering zal hierover een aankondiging komen en kunnen de gesprekken met iedereen worden voorzien.

Ik ga voor de rest nog niet vooruitlopen op de details van het tracé of de werken die moeten gebeuren, want dan zou ik vooruitlopen op de bespreking hiervan binnen de regering. De communicatie is door mijn administratie voor zover als mogelijk inderdaad al voorbereid, maar de eerstvolgende stap is dus dat de Vlaamse Regering een stand van zaken krijgt over de herwerking van het dossier en een doorstartbeslissing neemt.

Ikzelf geloof niet alles wat er in de pers verschijnt; ik hoop u ook niet. Er is geen verband met Ventilus. Dit zijn twee totaal verschillende dossiers die elk over iets volledig anders gaan. Beide projecten zijn natuurlijk wel technisch zeer complex en zijn belangrijk voor de toekomst van Vlaanderen op het vlak van energie, klimaat en economie. Beide projecten hebben ook een heel grote maatschappelijke betekenis. Het is goed dat daarover een grondig debat kan plaatsvinden en dat we de tijd en ruimte nemen om daarover van gedachten te wisselen met de lokale besturen. Draagvlak is belangrijk in zulke dossiers. Het is onze taak om dat samen met de lokale besturen te creëren en uit te leggen waarom we dit doen.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Minister, ik begrijp uit uw antwoord dat u eigenlijk voor een stuk van nul begint. Daar ben ik zeer tevreden over. U past eventueel de tracés aan, gaat met een nieuw voorstel naar de Vlaamse Regering en zult de inspraakronde opnieuw organiseren. Dat is een heel goede zaak, want daarmee is alleszins al rekening gehouden met de vele bezwaren. Dat hoop ik althans. Dat is een goede zaak, want om zoiets te realiseren, is een draagvlak in de betrokken gemeenten en regio van belang.

Mijn bijkomende vraag is hoe u de verdere timing ziet. Ik heb gealludeerd op de krokusvakantie die voorbij is, u op de krokusvakantie die nog moet komen, dus ik zou toch een concrete timing willen. Wanneer zou u dit ongeveer naar de Vlaamse Regering willen brengen? Daarna volgt dan nog de inspraakronde. Ik denk dat het goed zou zijn om, zodra dit naar de ministerraad gaat, de betrokken gemeenten en bevolking daar dan over te informeren. U zult dat begrijpen, maar als er ergens iets gebeurt, is het altijd moeilijk om een beslissing door te drukken. Het is in dezen belangrijk om de problemen die we hadden met het eerste tracé, niet opnieuw te krijgen. Het is belangrijk om de bevolking en de gemeenten daar zo snel mogelijk over te informeren. Wanneer komt dit dus ter sprake binnen de regering? Wanneer informeert u de betrokken gemeentebesturen en bevolking hierover? Wanneer denkt u een beslissing te kunnen nemen?

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Leo Pieters (Vlaams Belang)

Minister, de Leidingstraat is natuurlijk niet niets, maar daar komt nog meer bij kijken: het gaat niet alleen over de Leidingstraat zelf maar ook over economie en mobiliteit, zoals u deels al aangaf. We moeten kijken naar de toekomst. We weten dat het momenteel vrij snel gaat, ook op innovatievlak, ook op het vlak van veranderingen. We zijn bezig met energie en klimaat. We moeten dus kijken hoe we dat in de toekomst gaan doen. Want willen we die Leidingstraat ruimtelijk in orde krijgen, dan zullen we toch eerder sneller dan later moeten ageren. Want ook al wordt er niet binnen de eerste vijf jaar gebouwd, we moeten toch de ruimte hebben om de Leidingstraat alsnog te bouwen. Ik wil dus vragen aan de sp.a om bij de hoorzitting, waarom ik gevraagd heb, hierover een spreker af te vaardigen. Dan kunnen we dat misschien in deze commissie terdege bespreken, want een draagvlak is zeker nodig. Dan kunnen we daar in eensgezindheid – niet alleen bij de bevolking maar ook bij de partijen – over oordelen. 

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (cd&v)

Ik sluit me graag aan bij deze vraag. We hebben hierover in het verleden inderdaad al regelmatig vragen en discussies gehad. Minister, ik wil toch vooral mijn bezorgdheid uiten over het draagvlak en de mogelijkheden om de Leidingstraat zoals voorzien aan te leggen in Vlaanderen.

Ik denk dat de hoeveelheid en ook de diversiteit van de reacties, waarbij verschillende knelpunten naar boven kwamen, aantoont dat het nodig was om dit grondig te herbekijken. Er moest worden nagegaan hoe we bepaalde elementen konden wegnemen. Zoals u zelf aangeeft, is de eerste cruciale vraag wat de noodzaak is van het project en wat men precies met het project voor ogen heeft. Want je kunt natuurlijk heel Vlaanderen voorbehouden voor van alles en nog wat en met andere woorden op een gegeven moment alles gewoon lamleggen omdat iets wordt voorbehouden om er ‘ooit misschien’ eens iets mee te doen, waardoor andere plannen gedwarsboomd worden. Ik denk dus dat het heel belangrijk is dat er een goede visie wordt uitgewerkt waarbij met alle elementen die een maatschappij nodig heeft rekening wordt gehouden.

Minister, u geeft heel duidelijk aan dat opnieuw de opdracht gegeven werd om de onderbouwing van dat project te verfijnen en verbeteren. U geeft aan dat u er ondertussen van overtuigd bent dat het project noodzakelijk is. Ik denk dat het, zoals u al zei, heel belangrijk is dat iedereen wel de kans krijgt om opnieuw ingelicht te worden. U wilt de gemeenten opnieuw op de hoogte brengen en ook de burgers, die de vorige keer via de gemeenten op de hoogte gebracht werden. Ik ben zeker benieuwd naar de timing maar stel me ook de vraag welke procedure u verder zult volgen. U geeft aan dat er grote wijzigingen aangebracht zijn aan het project. Is het dan niet aangewezen om opnieuw met een startnota te komen en op basis daarvan opnieuw de adviesronde – want we zitten nog niet in de fase van een openbaar onderzoek – te doorlopen? Want ik denk dat er heel wat mensen zijn die zich op basis van die nieuwe kennis opnieuw moeten kunnen uitspreken. Als je grote wijzigingen aanbrengt, kun je daarmee natuurlijk aan de ene tegemoetkomen maar mogelijk de andere in de problemen brengen. Anderzijds kan het ook mogelijk zijn dat daarmee een groter draagvlak gecreëerd wordt. Ik wil u dus het volgende vragen, minister. Wat is de volgende stap die u wilt zetten? Gaan we door met de procedure en zal men dan ooit wel geïnformeerd worden en met een openbaar onderzoek geconfronteerd worden? Of komen we effectief met een nieuwe startnota en gaan we opnieuw aan de slag met de mensen op het terrein?

De voorzitter

De heer Aerts heeft het woord.

Staf Aerts (Groen)

Wat de link met Ventilus betreft, denk ik dat er één gelijkenis is, namelijk dat het een groot infrastructuurproject is. Voor de rest zijn de doelstellingen wel heel uiteenlopend. Bij Ventilus is het de bedoeling om in de toekomst meer windenergie van zee aan land te brengen en het hele elektriciteitsnet in heel West-Vlaanderen te versterken, wat we absoluut nodig zullen hebben in de elektrificatie van onze samenleving. De Leidingstraat, aan de andere kant, zal dienen om fossiele brandstoffen te vervoeren voor de petrochemische industrie. (Opmerkingen van minister Demir)

We zullen op termijn inderdaad ook waterstof nodig hebben, maar dat betekent dan wel dat de definitie aanzienlijk veranderd is. Daarover gaat mijn vraag natuurlijk. We kunnen namelijk nu al nadenken over de tracés die mogelijk zouden wijzigen, maar het allerbelangrijkste om over na te denken is de doelstelling. Dat is waarover het gaat. Volgens recente cijfers van het Center for International Environmental Law is de plastiekindustrie in Europa vandaag goed voor 9 procent van de gasconsumptie en 8 procent van de olieconsumptie. Maar in Vlaanderen liggen die percentages qua fossiel brandstofverbruik twee tot zelfs drie maal hoger omdat we zoveel petrochemische industrie hebben. Dat is evenwel niet de toekomst waar onze industrie naartoe zal moeten evolueren. Als we dus die transitie willen inzetten, is dat de eerste vraag. Vooraleer te antwoorden op de vraag waar dat tracé moet lopen, moet er geantwoord worden op de vraag of en hoe die Leidingstraat noodzakelijk is om de omslag te maken naar circulaire en klimaatneutrale industrie. Dat is de eerste vraag. Ik hoop dus echt dat daar een gedegen antwoord op komt. Ja, we zullen in de toekomst nog pijpleidingen nodig hebben, maar ik ben er nog steeds niet zeker van dat we deze pijpleiding nodig hebben. Als het traject opnieuw wordt opgestart, hoop ik dat daar een degelijk antwoord op gegeven wordt. Het feit dat u verwijst naar waterstof, geeft dat misschien al een kans. We zijn heel nieuwsgierig naar die definitie, nog veel meer dan naar wijzigingen van tracés.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u collega’s. De noodzaak van dit project … Het is een project naar de toekomst toe, dus ik deel de mening van de groene fractie totaal niet. Ik denk dat de toekomst, ook voor de chemische cluster, de groene chemicaliën zijn, die ook op een of andere manier vervoerd moeten worden. Dat moet ook met waterstof gebeuren in de toekomst, maar we weten allemaal dat dat niet voor volgend jaar is, of het jaar nadien of ik weet niet wanneer.

Daarmee heb ik ook gevraagd om dat grondig in kaart te brengen. We hebben leidingen waar nu fossiele grondstoffen door vervoerd worden, die we op termijn niet meer kunnen gebruiken. Ik heb gevraagd om de oefening te maken naar wat we nodig zullen hebben op lange termijn, als die leidingen niet meer gebruikt worden. Aan de hand van die oefening werd er gezegd dat die breedte, wat betreft die gleuf, te veel gevraagd was. Dat is de reden waarom gezegd werd dat we dat tracé grondig zullen moeten aanpassen.

Het verschil met Ventilus is dat dit een ondergronds project is. Dat is heel duidelijk. Maar u ziet dat ook hier bezwaar is. Ik kijk naar de collega’s van het Vlaams Belang. Jullie zijn natuurlijk tegen alles, ook tegen dit project. Dit is ondergronds, maar ook hier is er protest.

Ik denk dat die omslag, die groene energietransitie, sowieso de bedoeling is. Ook de industrie wil daar volle bak op inzetten. Vandaar ook de herwerking van die doelstellingen, zoals ik eerder heb gezegd. Ik denk dat de collega van Groen niet zo goed heeft geluisterd. Ik zei in het begin van mijn antwoord dat we de doelstellingen aan het aanpassen zijn. U moet wel luisteren, collega’s van Groen.

Qua timing hoop ik natuurlijk dat dit zo snel mogelijk kan, maar we zullen dit eerst in de schoot van de Vlaamse Regering moeten bekijken. De nota wordt door de administratie en het planteam op dit moment opgesteld. Dan is het de bedoeling dat we daar zo snel mogelijk duidelijkheid over krijgen.

Draagvlak is cruciaal. We gaan daar zowel rechtstreeks met de bevolking, maar ook met de lokale besturen mee aan de slag moeten gaan. Ik hoop dat dit zo snel mogelijk zal gebeuren. Ik had me gefocust op de krokusvakantie, voor of na. Het zal dus ergens rond die periode zijn.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Inhoudelijk is het goed dat we bijna vanaf nul beginnen, maar de timing is natuurlijk heel belangrijk. Daar wordt opnieuw niet op ingegaan, net als bij de vorige vragen. Dat is nochtans essentieel als je de bevolking wilt geruststellen, los van de inhoud. In die zin hoop ik, minister, dat het zeker gebeurt bij het komend krokusverlof. Misschien op carnaval, dat valt in het krokusverlof.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Bron: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/vragen-en-interpellaties/1662059

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 525

van MAARTEN DE VEUSTER
datum: 18 februari 2022
aan ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME


18 februari 2022 : Vraag gesteld aan de minister
18 maart 2022: Einde van de antwoordtermijn
18 maart 2022: Tijdig beantwoord
12 april 2022: Publicatie op de website


Aanleg leidingstraat Antwerpen-Ruhrgebied – Vergelijkbaar project Delta Corridor Nederland

De studie met betrekking tot de aanleg van de leidingstraat Antwerpen-Geleen-
Ruhrgebied is momenteel in volle voorbereiding. In de loop van dit proces is gebleken dat
er tegen de aanleg van deze leidingstraat bezwaren werden ingediend en dat veel vragen
nog niet beantwoord zijn. Maar uiteindelijk moet dit in 2023 leiden tot een gewestelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) dat het traject zal vastleggen tussen de Antwerpse
haven en Geleen aan de Nederlandse grens voor een reservatiezone voor ondergrondse
pijpleidingen.

Midden vorig jaar is ook het Havenbedrijf Rotterdam en de Rotterdam Rijn Pijpleiding
Maatschappij (RPR – dat olieproducten sinds de jaren zestig vanuit Rotterdam via Venlo
naar Duitsland doorheen een pijpleiding vervoert) gestart met een gezamenlijke
haalbaarheidsstudie voor de aanleg van ‘buisleidingen’, zo heet dat in Nederland, voor
verschillende producten (waterstof, CO2, LPG en propeen) tussen Rotterdam, de
Limburgse chemiecluster Chemelot en Noordrijn-Westfalen.

Dit project kreeg de naam Delta Corridor en zal dus belangrijke industrieclusters in
Nederland en Duitsland met elkaar verbinden. Daarbij spreekt men uiteindelijk zelfs van
een realisatietermijn van amper vier jaar. Er is zelfs sprake van om vanuit Moerdijk
andere clusters in Vlaanderen op de Delta Corridor aan te sluiten via een mogelijke
buisleidingenbundel, grotendeels doorheen Zeeuws-Vlaanderen, langs Antwerpen, Gent,
Terneuzen en Vlissingen.

  1. Is de minister op de hoogte van de Nederlandse plannen voor de bouw van de Delta
    Corridor?
  2. Vinden hierover gesprekken plaats met de Nederlandse overheid en met de
    initiatiefnemers van de Delta Corridor? Wat is hiervan desgevallend de stand van
    zaken?
  3. Nederland mikt op een uitvoeringstermijn van 4 jaar.
    Kan de minister alvast een stand van zaken en een timing geven voor wat betreft de
    leidingstraat Antwerpen-Geleen-Ruhrgebied?
  4. Het Nederlandse concept gaat uit van Common Carrier Leidingen die door
    verschillende partijen/klanten gebruikt zouden kunnen worden. Vlaanderen denkt
    blijkbaar nog steeds aan Dedicated Carrier Leidingen, aangelegd door en ten
    behoeve van één klant per pijpleiding.
    Waarom kiest Vlaanderen voor dit concept?
  5. Hoe schat de minister het concurrentievoordeel van Rotterdam ten opzichte van
    Antwerpen in als Nederland de Delta Corridor sneller operationeel heeft?
  6. De vier buisleidingen van de Delta Corridor zouden onmiddellijk in één bundel
    worden aangelegd, wat ook financieel voordelig zou zijn en de overlast tijdens de
    bouw zou beperken.
    Ziet de minister dit als een na te volgen voorbeeld voor de Leidingstraat Antwerpen-
    Geleen-Ruhrgebied?

ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME
ANTWOORD op vraag nr. 525 van 18 februari 2022 van MAARTEN DE VEUSTER

  1. De Vlaamse Regering, noch ikzelf ben rechtstreeks op de hoogte gebracht van dit
    Nederlandse initiatief. Zoals u aangeeft zijn nu de resultaten van een
    haalbaarheidsstudie in Nederland bekend gemaakt.
  2. Ik heb er geen weet van dat er rechtstreekse gesprekken met de Nederlandse overheid
    over dit initiatief gevoerd zouden zijn. Zoals u weet is er structureel overleg met zowel
    de Nederlandse als de Duitse overheid (NoordRijn-Westfalen) in het kader van de
    zogenaamde Trilog of trilaterale chemiestrategie.
  3. Ik verwijs naar mijn antwoord van 27 februari op verschillend vragen in de commissie
    van het Vlaams Parlement. Ik leg het dossier van de leidingstraat Antwerpen-Ruhr
    (Geleen) op korte termijn voor aan de Vlaamse Regering.
  4. De leidingstraat is bedoeld als een reservatie van ruimte om in de toekomst leidingen
    te kunnen realiseren. Er wordt ingespeeld op een snel veranderende energie-situatie.
    Het concept van common-carrier speelt daar zeker een rol in.
  5. Ik kan dat niet inschatten wanneer het Nederlandse plan operationeel zal zijn.
  6. Het spreekt voor zich dat een gelijktijdige aanleg van verschillende leidingen veel
    voordelen zou hebben. Ik stel anderzijds vast dat de energie-transitie verloopt met
    grote sprongen en dat er veel onzekerheid is over de concrete aanpak van deze
    transitie. Een gelijktijdige aanleg is zeker niet de enige optie.

Bron: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/schriftelijke-vragen/1610365

Opmaak bezwaarschrift 2.0

Waar blijft die scopingnota?

Momenteel zijn we (nog steeds) aan’t wachten op de scopingnota. Deze had eigenlijk al op tafel moeten liggen in het najaar van 2021. Na verschillende parlementaire bevragingen is deze scopingnota weeral uitgesteld, nu tot na de krokusvakantie.
Bekijk hier het laatste verslag van 24 februari 2022

De procedure

Momenteel zitten we dus nog steeds in de fase van de opmaak van die scopingnota. Eens die scopingnota opgemaakt is gaat het voorontwerp RUP en de effectenrapporten opgemaakt worden.

Hierna gaat er een nieuwe openbaar onderzoek komen van 60 dagen waar wij terug inspraak krijgen en bezwaarschriften in kunnen geven.

Bezwaarschrift 2.0

Hoe lang we moeten wachten op de 2e openbaar onderzoek en publieke inspraakfase is nog totaal ongekend maar ik stel voor dat we die extra tijd gebruiken, bovenop die 60 dagen van het openbaar onderzoek zelf, om nu al te beginnen met het opmaken van een nieuw bezwaarschrift, versie 2.0.

Als we met meerdere mensen hier nu al aan beginnen te werken kunnen we er iets deftigs van maken en kunnen we al onze argumenten ook veel beter onderbouwen.
We hebben ons nu al goed kunnen verdiepen in deze materie en hebben ook al een veel beter zicht op het geheel dan tijdens die eerste publieke inspraakronde. Toen kwam dit dossier als een donderslag bij heldere hemel op ons neer gedaald en werden we verplicht om ons op een heel beperkte tijd in te lezen en vertrouwd te maken met het dossier en snel snel een bezwaar in elkaar te boksen.

Nu we vertrouwd zijn met het dossier kunnen nu meer tijd steken in de opmaak van het bezwaarschrift, dit geeft ons ook veel beter de kans om rustig en gestructureerd een degelijk dossier samen te stellen, alle teksten te bundelen, dieper te onderbouwen, rustig na te kijken, bij te sturen en te verbeteren.

Meerdere bezwaarschriften

En ik zou het ook niet bij 1 bezwaarschrift houden. Uit de parlementaire bevragingen heb ik begrepen dat de bezwaarschriften in 3 categorieën verdeeld werden:

De inspraakreacties vallen uiteen in drie categorieën. Er zijn de algemene reacties, die het nut van het project in vraag stellen en pleiten voor het behoud van natuur, landschap en leefomgeving. Dat is de grote meerderheid van de reacties. Ten tweede zijn er ook heel veel inspraakreacties die ervoor pleiten om specifieke gebieden met grote natuurwaarden te ontzien. Ten derde zijn er veel inspraakreacties van eigenaars van woningen, bedrijfsgebouwen, landbouwbedrijven en landbouwgronden. Uiteraard vragen heel veel van die mensen om hun eigendom te ontzien.

Deze reactie van Zuhal Demir heeft me het idee gegeven om ook meteen meerdere bezwaarschriften op te maken die elk specifiek inspelen op één van deze 3 categorieën.
Eentje die inspeelt op het algemeen behoud van de natuur, landschap en leefomgeving.
Eentje die specifieke natuurgebieden willen laten ontzien.
Eentje specifiek voor de mensen wiens woning, bedrijf of grond bedreigd wordt met onteigening.

Hoe dan ook, door meerdere bezwaarschriften in te dienen vanuit verschillende invalshoeken zal de kans op slagen enkel maar ten goede komen.

Templates

Eens de bezwaarschriften klaar zijn gaan we van elke soort ook een template opmaken en deze ter beschikking stellen voor het grote publiek zodat iedereen één van deze templates kan gebruiken om een eigen goed onderbouwd bezwaarschrift op te maken.

Ik ben ervan overtuigd dat zulke goed uitgewerkte bezwaarschriften veel meer impact zullen gaan hebben.

Zijn er mensen die het dossier al goed kennen, goed inzicht hebben in deze materie en zin hebben om in hun pen te kruipen en hier aan mee te werken? Laat het ons zeker weten.

De Kernuitstap, gascentrales en de Leidingstraat

Iedereen is intussen al wel bekend met de al decennia durende politieke discussie rond het afbouwen van onze kerncentrales. Zelfs op dit moment zijn ze met deze debatten nog steeds niet tot een oplossing gekomen. De politieke impasse blijft maar aanslepen.

Het zijn vooral de Groenen die vragende partij zijn en grote voorstander om te stoppen met kernenergie.

Het huidig aanbod aan groene en hernieuwbare energiebronnen, zoals windmolens en zonnepanelen, is echter nog niet uitgebreid en betrouwbaar genoeg om de capaciteit van die kerncentrales op te vangen.
Dus als alternatief willen de Groenen nu “tijdelijk” gascentrales gaan bouwen om zo dat energie-productieverlies op te vangen.

Ironisch en zeer bedenkelijk dat uitgerekend een “groene” partij nu kiest voor een “tijdelijke” oplossing op basis van fossiele brandstof. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken dat deze gascentrales enorm veel Co2 en andere schadelijke stoffen in onze al zo vervuilde atmosfeer zullen gaan stoten.

Dat je kerncentrales gaat vervangen door hernieuwbare energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie, daar kan ik nog achter staan. Maar niet-vervuilende kernenergie gaan vervangen door Co2 producerende en vervuilende gascentrales kan er bij mij echt niet door, ook al claimen ze dat het tijdelijk is. Er is in mijn ogen helemaal niets tijdelijks aan het bouwen van de grootste gascentrale van het land. Dat die “Groenen” dit als een “milieuvriendelijke” oplossing aanzien kan ik totaal niet bij met mij verstand. En dat in een klimaat waar juist de reductie van die uitstoot zo extreem belangrijk is en al zo hoog op de politieke agenda staat. In een wereld waar zowat alle landen afspraken en klimaatakkoorden hebben afgesloten om juist die uitstoot te verminderen.

En dan hebben we het ook nog niet gehad over de enorm gestegen gasprijzen en de grote onzekerheid die de gespannen situatie in Ukraïne op toekomstige gasleveringen vanuit Rusland met zich meebrengen.
Hoe zeker is onze energievoorziening zonder kerncentrales als de Russische gasbevoorrading straks plots weg valt?
Waarom wil men de zekerheid van kernenergie, die we in eigen handen hebben, opofferen voor onzekerheid van gas-energie waarbij we voor de bevoorrading afhankelijk zijn van de grillen Rusland?

Tessenderlo

Sinds kort is er in Tessenderlo heel wat stof opgewaaid toen de plannen bekend werden voor de bouw van een extra gascentrale in Tessenderlo.
En net zoals we bij de leidingstraat hebben ervaren werden de plannen voor de bouw van deze centrale en de daarbij horende publieke inspraakronde niet naar het publiek gecommuniceerd en mooi handig uit de media gehouden. Pas toen de bezwaartermijn op amper een week van de vervaldatum zat pikte de media het pas op. De ontsteltenis en woede bij de buurtbewoners en de bevolking van Tessenderlo was dan ook groot, en vooral omdat men dit weer eens via de media is te weten gekomen.

Het is deze gascentrale in Tessenderlo die voor de capaciteitsopvang van de af te bouwen kerncentrales moet gaan zorgen. Het zou de grootste gascentrale van ons land gaan worden.

Ook over de tijdelijkheid stel ik me serieuze vragen. Ik zie de logica niet dat men vele miljoenen gaat pompen in een zulk grote centrale die uiteindelijk maar “tijdelijk” zou zijn.
En wat bedoelen ze dan juist met tijdelijk?
Hoeveel tijd zal men nodig hebben om voldoende hernieuwbare energiebronnen te bouwen, zoals windmolens en zonnepanelen, om de capaciteit van de huidige kerncentrales te evenaren en zo de nood aan die gascentrales weg te werken?
Is dat 5 jaar, 10 jaar, 50 jaar?
Hoe tijdelijk zal die “tijdelijke” oplossing nu eigenlijk worden?

De Leidingstraat

Wat hebben die kernuitstap, de nieuwe gascentrale van Tessenderlo en de leidingstraat nu eigenlijk met elkaar te maken?

In eerste opzicht lijkt dit dossier rond de kernuitstap totaal niets te maken met dat van de Leidingstraat. Maar eigenlijk is het heel simpel.
De Groenen willen af van kernenergie. Om de energieproductie naar de toekomst te kunnen garanderen willen ze gascentrales bouwen. Zo’n gascentrale heeft natuurlijk heel veel gas nodig om te kunnen functioneren, en hoe gaat men dat gas ter plaatse te krijgen?
Juist, via een pijpleiding.
En waar gaat die pijpleiding komen te liggen?
In de leidingstraat natuurlijk.
En zo wordt het hele leidingstraat-dossier integraal ook onderdeel van de hele kernuitstap-discussie.

Als je onderstaand kaartje bekijkt zal je merken dat er op het zuidelijk tracé van de leidingstraat (vlak onder Deurne) een aftakking is voorzien die “heel toevallig” passeert langs de locatie waar ook die extra gascentrale is gepland.

Je hoeft dus geen universitaire studies gedaan te hebben om aan de hand van dit kaartje te kunnen zien dat de leidingstraat en die gascentrale duidelijk met elkaar te maken hebben.

Geen relatie tussen de verschillende dossiers

Wat wel erg opvalt in al deze dossiers is dat er nergens iets gezegd wordt over die andere dossiers. Zo zal je in het dossier van de leidingstraat nergens een vermelding vinden van die gascentrale en omgekeerd zal je in het dossier van die gascentrale niets terug vinden over de plannen van de leidingstraat. Idem met het hele dossier rond die kernuitstap.

Al deze dossiers hebben schijnbaar niets met elkaar te maken.
De uitleg hiervoor is dan ook heel mooi dat men geen linken kan leggen naar projecten of dossiers die nog lopende zijn en nog niet zijn afgewerkt.
Handig toch hè, hoe men zich zo kan verschuilen achter bureaucratische en administratieve regeltjes. Maar als je tussen de regels door kan lezen, wat inzicht krijgt in de verschillende dossiers en de kaartjes kan interpreteren kan je de verschillende puntjes wel mooi met elkaar verbinden.

Zo hebben we intussen ook een verband gevonden tussen de leidingstraat en de gepland bouw van een nieuwe ethaankraker door INEOS, in de haven van Antwerpen. INEOS gaat hun eindproducten willen vervoeren via pijpleidingen die, je raad het al, in de leidingstraat zullen komen te liggen. Ook hier zal je in elk dossier geen referentie terug vinden naar het andere.

Lees hier meer over INEOS

De schade die de leidingstraat zal aanrichten zal dus veel groter zijn dan die van de aanleg alleen. Reken de bijkomende schade en impact op het milieu die de leidingstraat onrechtstreeks zal aanrichten via de uitstoot van die gascentrale er maar gerust bij. Zo ook met bijkomende schade en vervuiling die de activiteiten van INEOS met zich mee zullen brengen.
Of is dat misschien het “algemeen belang” waar ze het in dat dossier over hebben?

Het gevaar is nu dat als het ene dossier er door geraakt, het fundament voor het andere dossier gelegd wordt en dat die dossiers vervolgens ook een hogere kans op slagen zullen krijgen.
Dus als we de kernenergie behouden is er minder of geen nood aan een extra gascentrale en als we zo die gascentrale kunnen tegenhouden, is de noodzaak voor een leidingstraat meteen ook een heel stuk lager.
Laat deze denkpiste nu ook maar meetellen in jouw opinie over het al dan niet behouden van kernenergie. Dus voor degenen die tegen de leidingstraat zijn maar toch nog twijfelen aan die kernenergie, bezie het behoud van de kerncentrales als de vijand van die gascentrale en de leidingstraat. En aanzie de vijand van jouw vijand maar als vriend.

Het protest tegen deze gascentrale kan je opvolgen via de FB groep Geen EXTRA gascentrale in Tessenderlo
https://www.facebook.com/groups/584363159237710

Het protest tegen deze INEOS kan je volgen via de groep en website van Ineos Will Fall
https://ineoswillfall.com/
https://www.facebook.com/IneosWillFall

Volg ons op Facebook

Onze actiegroepen zijn momenteel nog heel verspreid over verschillende Facebookgroepen. We zijn ons al deftig aan’t organiseren de contacten tussen verschillende groepen beginnen te groeien.

Groep Houthalen: Leidingstraat Antwerpen-Ruhr
https://www.facebook.com/groups/142474931068040

Groep Hasselt: De leidingstraat
https://www.facebook.com/groups/276678190753228

Pijpleiding Actie Comité (PACT)
https://www.facebook.com/groups/pijpleiding/

Groep Gerhaegen: voor de mensen en de natuur in Gerhagen/Tessenderlo
https://www.facebook.com/groups/209149957362204

Extinction Rebellion Limburg
https://www.facebook.com/groups/340089233518529

VRIENDEN VAN DE GROENE DELLE
https://www.facebook.com/groups/47000109302

Grootouders voor het Klimaat Limburg
https://www.facebook.com/Grootouders-voor-het-Klimaat-Limburg-106847027451785

Gerelateerde FB groepen en websites:

Volgende groepen zijn niet rechtstreeks aan ons gelinkt maar hun activiteiten liggen wel in het verlengde met waar wij mee bezig zijn, zijn er rechtstreeks of onrechtstreeks aan gerelateerd en/of houden zich bezig met gelijkaardige problematiek.

Geen EXTRA gascentrale in Tessenderlo
https://www.facebook.com/groups/584363159237710

Actiegroep Antwerpen Schaliegasvrij
https://www.facebook.com/ASchaliegasvrij/
https://www.schaliegasvrij.be/

Ineos Will Fall
https://ineoswillfall.com/
https://www.facebook.com/IneosWillFall

Actie te Diest (3 oktober 2021)

ROBtv
40-tal mensen protesteert tegen mogelijke pijpleiding in Diest

In Diest hebben een veertigtal mensen deze namiddag geprotesteerd tegen de pijpleiding die misschien in deelgemeente Schaffen gaat komen te liggen. De Vlaamse Overheid is namelijk van plan een ondergronds buizensysteem aan te leggen vanaan de haven van Antwerpen tot in Duitsland. Eén van de mogelijke tracés zou over het grondgebied van Schaffen lopen, en daar zijn de omwonenden het niet mee eens en dus voerden ze vandaag actie tegen de komst van de pijpleiding.

https://www.robtv.be/nieuws/40-tal-mensen-protesteert-tegen-mogelijke-pijpleiding-in-diest-126642

FACTCHECK

‘Een toename van het transport per pijpleiding betekent een afname van het wegtransport’


NIET WAAR – Eerder niet waar – Eerder wel waar – Waar


Een toename van het transport per pijpleiding betekent een afname van het wegtransport’ (Flyer Vlaamse overheid)

Draagvlak vinden voor ingrijpende infrastructuurwerken is geen sinecure. Het departement Omgeving van de Vlaamse overheid nam daarom voor dit dossier het Gentse bureau Dens Communicatie in de arm: dat organiseert onder meer participatiemomenten en neemt de externe communicatie over de leidingstraat in handen. Zo stelde het een flyer samen om het project bevattelijk uit te leggen aan burgers en betrokkenen.

Op de flyer staat een stevig pro-argument onder de titel ‘Waarom een leidingstraat?’ . Transport via pijpleiding zou duurzaam zijn, want ‘een toename van het transport per pijpleiding betekent een afname van het wegtransport. Zo vervoert de Pijpleiding Antwerpen Limburg Luik (Pall) jaarlijks het volume van ca. 100.000 vrachtwagens tussen Antwerpen en Geleen.’

1 versus 150.000

Het is een populaire vergelijking in het discours rond pijpleidingen: dat een leiding gelijk staat aan x aantal ritten of vaarten – die bijgevolg uitgespaard worden. Ze staat onder meer op de website van Fetrapi (de Federatie van Transporteurs door middel van Pipeline) en ook in het ‘Onderzoek naar de potenties van de leidingstraat Antwerpen-Ruhr 2018’: ‘Het transport van 2,7 miljoen ton vloeibare koolwaterstof over een afstand van 150 km (bijvoorbeeld Antwerpen-Geleen) staat gelijk aan 1 pijpleiding = 1.300 afvaarten = 4.000 spoorwagonritten = 150.000 vrachtwagenritten’.

In het licht van de modal shift, de ambitie om transport duurzamer en groener te organiseren, klinkt dit als een gouden formule. En hoewel transport per pijpleiding in vergelijking met weg-, water- en spoortransport overtuigend als meest duurzame vervoersmodus uit de bus komt, klopt de redenering achter deze rekenoefening en dit specifieke argument in de flyer niet helemaal.

Dat zegt ook professor Elvira Haezendonck (VUB), gespecialiseerd in infrastructuur, havens, strategie en mobiliteit. Ze was als onderzoeker betrokken bij het onderzoeksrapport uit 2018. ‘De vergelijking klopt wel, maar dat betekent nog niet dat je met de komst van nieuwe pijpleidingen een absolute verschuiving zult zien op de weg’, zegt ze. ‘Er zullen niet plots honderden of duizenden vrachtwagens minder rondrijden. Wel zal de groei die de industrie dankzij de nieuwe leidingstraat realiseert, duurzamer georganiseerd zijn. Net omdat ze meer extra grondstoffen via pijpleidingen transporteert.’

De bestaande vloot vrachtwagens zal niet zomaar krimpen, want de grondstoffen die ze aanleveren ‘vragen’ meestal niet om een pijpleiding. De verklaring ligt bij het rendement van een leiding(straat): die is pas kostenefficiënt en dus een meerwaarde, zo staat in het potentiesrapport te lezen, als er minstens gedurende tien jaar een groot en constant volume van een bepaalde grondstof door kan worden gejaagd. Heeft een bedrijf daar geen nood aan, dan is transport per vrachtwagen, trein of boot realistischer.

Worden er dan niet op zijn minst toekomstige vrachtwagens van de weg gehaald? Ook dat is allesbehalve zeker. De industriële groei die men wil realiseren, is in sterke mate afhankelijk van de leidingstraat. Anders gezegd: een gelijkaardige groei is niet realiseerbaar via wegtransport, legt Marten Dugernier uit, hoofdonderzoeker bij het studiebureau Antea Group, dat onderzoek voert naar de leidingstraat in opdracht van de Vlaamse overheid. ‘De gevraagde volumes grondstoffen zijn te groot om aan te leveren per vrachtwagen. Ook het spoortransport zit aan zijn limiet.’

Of toch?

In het Potenties-rapport staat wel dat bijvoorbeeld het aandeel aardolie dat vandaag nog via scheepvaart vervoerd wordt, zou kunnen overschakelen naar transport via pijpleiding: ‘Zo komt capaciteit vrij op schepen, die op hun beurt gebruikt kunnen worden om goederen over te nemen die normaliter via de weg getransporteerd worden.’ Maar dat is geen evidente oefening, want niet alles laat zich per schip vervoeren. Bovendien moeten de goederen vanop een schip nog tot bij de bestemmeling geraken. En dat gebeurt doorgaans per vrachtwagen.

Conclusie:
We bestempelen de stelling als ‘niet waar’, omdat ze beweert dat een nieuwe pijpleiding zal leiden tot een daling van het aantal vrachtwagens op onze wegen. Dat is niet zo: een leiding faciliteert extra industriële groei en vermijdt dus hoogstens een verdere toename. In het allerbeste geval kan ze beperkt capaciteit vrijmaken op schepen en goederenwagons, en is er zo een indirect effect op het wegtransport doordat andere goederen die plaats kunnen innemen. Maar dat is geen evidente oefening. Bovendien is de vraag of de industriële groei, en dus de toename in productiecapaciteit, op het einde van de rit niet leidt tot meer transport op de weg, aangezien (eind)producten hun weg naar de koper moeten vinden. Tenzij ook die in grote mate via pijpleidingen kunnen getransporteerd worden, maar daar hebben we geen zicht op. (vsa)

Bron: https://m.standaard.be/cnt/DMF20210820_05010524

De impact van de leidingstraat

De Standaard schreef enkele zeer interessante artikels over de impact die de Leidingstraat heeft op verschillende facetten in onze samenleving, de landbouw, de mensen, de natuur, ons erfgoed en de haven en economie.


DE IMPACT OP:
LANDBOUWMENSEN – NATUUR – ERFGOED – HAVEN & ECONOMIE


Deel 2:
De impact van de leidingstraat op de mensen

De leidingstraat loopt dwars door alles heen: door tuinen, woningen en dromen. Het noordelijk tracé telt voorlopig 37 onteigeningen, maar voor sommige mensen is de gedachte om náást een gasleiding te wonen evengoed ondraaglijk.

‘We hebben het geluk gehad te kunnen bouwen en in november vorig jaar zijn we hier komen wonen. In januari hebben we ons eerste kindje gekregen. Ik werk als leerkracht in de dorpsschool vlakbij, dus de ligging, de timing … Alles was perfect. We dachten dat we ons leven op orde hadden. Tot in april een van onze buren aanbelde met de vraag of we het al hadden gehoord. Er zou mogelijk een leidingstraat aangelegd worden. “Dwars door jullie huis”.’

Lien Van Springel en haar man wonen op de Olenseweg in Geel. De oprit en een groot stuk van de tuin moeten nog worden aangelegd en ook binnen wachten de muren op verf en ingemaakte kasten. ‘De eerste maanden na het nieuws zijn we gestopt met inrichten en afwerken’, vertelt Van Springel. ‘Het leek geen zin te hebben, want wat als we te horen kregen dat we zouden worden onteigend? Maar onze ouders hebben gelijk: we wonen eindelijk in ons nieuwe huis, dan wil je voortdoen en er een thuis van maken.’

Het jonge gezin hoopt de komende maanden vooral op duidelijkheid. ‘Ofwel wordt het huis afgebroken, wat verschrikkelijk zou zijn, ofwel niet. Maar wat voor mij het ergste scenario zou zijn, is dat de plannen in de koelkast gaan en er pakweg binnen 20 jaar nog eens uitgehaald worden. Die onzekerheid is vreselijk. Ze houdt ons wakker en verhindert ons om te wortelen. Het is ja of neen, niet misschien.’

‘Ofwel wordt het huis afgebroken, wat verschrikkelijk zou zijn, ofwel niet. Die onzekerheid is vreselijk. Het is ja of neen, niet misschien’

Lien Van Springel

Glamping met zicht

Lauranne Maes, een mid-twintiger uit de Erbrandstraat in Kapellen, zit op dezelfde lijn. ‘Eerlijk? Liever de leiding door ons huis dan ernaast. Dan is het tenminste duidelijk en hoeven we niet in te zitten met de waardedaling van onze woning.’ Ook zij en haar vriend wachten nog even met het toezeggen van die dure kastenwand.

Maar de leidingstraat loopt niet altijd dwars door de keuken. Soms scheert ze rakelings langs huizen, zoals dat van Ernie Colebunders in de Oudepostelseweg in Geel. Een groot stuk van zijn tuin ligt op het traject. ‘Uitgerekend het deel waar onze wilde bloemen groeien.’ Colebunders heeft een bedrijf in zaden, een deel ervan kweekt hij zelf en alles uitkienen is een werk van jaren. ‘Het duurt wel even voor je de beste hebt geselecteerd, je irrigatiesysteem op punt staat, kortom: voor alles goed zit.’

Wat verderop, in de Roerdompstraat, heeft de familie Lammens sinds kort een luxecamping. De leidingstraat loopt door een stuk van hun paardenwei. ‘Niet de grootste hinder, moeten we toegeven, al is de glamping sinds vorige zomer vaak volzet zodra het mooi weer is’, zegt Elisabeth Lammens. En mensen komen er nog altijd voor de rust, niet om naar graafmachines te kijken.

Soms loopt de leiding net op een heel ongelukkige plaats, zoals voor het bedrijf Aertssen in Stabroek, dat gespecialiseerd is in infrastructuur-, hijs- en transportwerkzaamheden. Het noordelijke tracé is nog maar net aan zijn reis vanuit de Antwerpse haven begonnen, of het scheurt al door de toegangspoort van hun bedrijfsterrein. Ze willen er nog niet veel over kwijt. ‘De kwestie wordt intern bekeken’, aldus woordvoerster Veerle Staels.

@Kristof Vadino
Lopend vuurtje

Als de plannen raken aan ons idee van ‘thuis’, laaien de emoties het hoogst op. Dat is het geval in Voort, in Mol. In de straat wordt nog volop gerenoveerd en gebouwd, veel woningen zijn relatief nieuw. Steve Druyts en zijn gezin wonen er intussen elf jaar, ze hebben destijds lang gezocht naar een rustige plek om te settelen. Het noordelijke tracé zou door hun tuin lopen. ‘We hebben een warmtepomp, want mijn vrouw is tegen gas’, zegt Druyts. ‘Er zijn dus al veel tranen gevloeid toen we hoorden dat ze hier mogelijk een leidingstraat met chemische gassen en vloeistoffen willen aanleggen.’ De plannen vloeken onmiskenbaar met de groene idylle waarop ze uitkijken door het grote livingraam. Fris gras, bloemen, bomen, rust. ‘Als de leidingstraat er komt, zijn er twee mogelijkheden: ofwel komt hier een bordje “te koop”, ofwel zal er permanent een valies klaarstaan voor het geval dat er zich een ramp voordoet. Maar gerust zullen we vanaf dat moment nooit meer zijn, al is het maar omdat ze de leidingen gefaseerd zullen aanleggen. Voor je het weet ben je vertrokken voor 30 jaar graafwerken, elke 5 jaar een nieuwe pijp.’

Druyts hoorde over de plannen via een vriend die hem een screenshot van het tracé doorstuurde. Het klinkt bekend: op één uitzondering na vernamen de negen gezinnen die we spraken het nieuws via buren, familieleden, kennissen en de huurbaas. Daar is geen van hen mee opgezet. Of zoals Joeri Cuyvers, vader van drie en de overbuur van Lien Van Springel, het verwoordt: ‘Dit is geen roddel om gezellig door te vertellen, dit gaat over het huis waarin je met je gezin je leven uitbouwt.’

‘Gerust zullen we nooit meer zijn, al is het maar omdat ze de leidingen gefaseerd zullen aanleggen. Voor je het weet ben je vertrokken voor 30 jaar graafwerken’

Steve Druyts

Doe-het-zelf

Veel mensen geven aan dat ze zich in snelheid gepakt voelen. De publieke raadpleging van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid liep van 2 maart tot en met 30 april dit jaar – tijdens de lockdown, dus. Gedurende twee maanden konden mensen en lokale besturen reageren op de startnota ‘en zelf nieuwe alternatieven aanreiken’, zo staat op de website te lezen. Het departement verzamelde 4.300 digitale inspraakreacties en een petitie met 6.000 digitale handtekeningen. Behalve Genk (de thuisstad van de bevoegde N-VA-minister Zuhal Demir) en de havenstad Antwerpen gaven alle gemeenten op de drie trajecten een negatief advies.

Lees verder ‘Onder de kathedraal van Antwerpen ga je toch ook niet boren?’

Ernie Colebunders hoorde het nieuws pas half april en had dan nog twee weken om zich te informeren. Lien Van Springel en haar man namen deel aan een van de online infosessies die het departement organiseerde. ‘Met zo’n 250 mensen in een chatroom is er niet bepaald veel ruimte om vragen te stellen. Het enige dat we wijzer werden, is dat we zelf een alternatief stuk tracé mogen voorstellen. Ik dacht dat studiebureaus daarvoor betaald werden, maar blijkbaar moeten wij uitzoeken of er iemand anders is die we ongelukkig kunnen maken met een leidingstraat.’ Woordvoerder Brigitte Borgmans benadrukt dat onteigenen ‘écht de laatste stap is’ en dat het departement Omgeving het belangrijk vindt om mensen goed te informeren. ‘We hadden 1.700 deelnemers aan de online infosessies. Die waren een grote tijdsinvestering voor onze administratie, want wettelijk gezien hoefden we die niet te organiseren.’ Het departement gaat nu met alle inspraakreacties en adviezen aan de slag en verwerkt die in een Scopingnota, waarin de milieueffecten en de te onderzoeken alternatieven in kaart worden gebracht.

‘We zullen het nog lange tijd moeten ondergaan’, zegt Lauranne Maes uit Kapellen. ‘Want zolang er geen duidelijkheid is, zitten we vast. We durven niet te investeren, kunnen niet verkopen. De leidingstraat mag dan nog niet concreet zijn, ze gijzelt wel al heel veel mensen. En we weten niet eens voor welk doel.’

Moeilijk evenwicht

‘Dit project is de belichaming van de uitdagende ruimtelijke ordening in onze regio’, reageert bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA). ‘Vlaanderen is maar een zakdoek groot. Een grootschalig project van die omvang is ingegeven vanuit een terecht economisch belang, maar heeft onmiddellijk grote gevolgen en botst met vele andere maatschappelijk belangrijke aspecten. Een evenwicht vinden tussen al die verschillende belangen is niet evident. Ik heb dan ook veel begrip voor de ongerustheid, ik deel ze vaak ook. Maar al sinds 2005 is er sprake van een leidingstraat die de Antwerpse haven moet verbinden met het Ruhrgebied. Studie na studie bleef het dossier in de lucht hangen, tot deze Vlaamse regering eind vorig jaar besliste om het dossier aan inspraak te onderwerpen. Het departement Omgeving verwerkt al enkele weken alle reacties en adviezen en legt vervolgens een nota voor aan de Vlaamse regering zodat die gezamenlijk dit najaar in eer en geweten verder kan beslissen. In ieder geval zal ik erover waken dat élke beslissing die genomen wordt verdedigbaar is vanuit het algemeen belang van de Vlamingen.’

Bron: https://m.standaard.be/cnt/DMF20210820_05010524


FACTCHECK
‘Een toename van het transport per pijpleiding betekent een afname van het wegtransport’ (Flyer Vlaamse overheid)

lees meer


De pijpleiding die Vlaanderen splijt

De Standaard schreef enkele zeer interessante artikels over de impact die de Leidingstraat heeft op verschillende facetten in onze samenleving, de landbouw, de mensen, de natuur, ons erfgoed en de haven en economie.


DE IMPACT OP:
LANDBOUWMENSEN – NATUUR – ERFGOED – HAVEN & ECONOMIE


Deel 1:
De impact van de leidingstraat op de Landbouw

Een ondergrondse bundeling pijpleidingen die dwars door Vlaanderen loopt: het is anno 2021 ongezien ambitieus. Een strook van 45 meter breed en minstens 130 kilometer lang. De schade? Mensen dreigen onteigend te worden, waardevol natuurgebied omwoeld, bos gekapt en landbouwgrond verstoord. De winst? De Antwerpse haven en de belangrijkste chemiebedrijven in ons land worden verbonden met het Duitse Ruhrgebied.

Door Sarah Vankersschaever
Dronebeelden Sébastien Van Malleghem / Haven Antwerpen
Foto’s Kristof Vadino

zaterdag 21 augustus 2021

De Vlaamse overheid onderzoekt momenteel drie mogelijke trajecten door de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg – het noordelijk, het centraal en het gecombineerd tracé – en wil dit najaar bekendmaken welk traject de voorkeur geniet. De Standaard fietste het noordelijke tracé af, omdat dit weleens het traject van de minste weerstand kan worden: er staan namelijk het minste woningen op het spel. We peilen de impact op landbouw, natuur, erfgoed en mensen, maar ook het belang van de leidingstraat voor de energietransitie en de Belgische economie.

IMPACT OP LANDBOUW
‘Je rommelt niet in goeie grond, dat weet elke boer’

De landbouwers beseffen dat hun gronden de weg van de minste weerstand vormen. ‘Als je met je leidingen tien hectare kunt doorsteken en slechts één gezin ongemak bezorgt, is dat in Vlaanderen een ongelooflijke meevaller.’ Alleen is het niet de eerste keer dat er zo wordt gedacht aan de tekentafel.

Geen mens wil er een litteken bij zonder eerst overtuigd te zijn van de reden waarom er moet worden gesneden. Als het over een landschap gaat, is dat net zo. Zeker als het ‘ons’ of ‘mijn’ landschap is. Vooral vanop een koersfiets – het ding waarop je kruipt om minder met jezelf bezig te zijn en des te meer met alles rondom je heen – valt het op: in Vlaanderen is alle grond bestemd. De akkers, de woonerven, de bossen, de wegen, de bermen, alles is van deze of gene.

Kristof Vadino

Als iemand dus een incisie wil maken van 45 meter breed en 175 kilometer lang, roept dat veel vragen op. De leidingstraat die de Antwerpse haven met het Ruhrgebied moet verbinden, loopt genadeloos door een lappendeken van persoonlijke belangen. Dat zal sowieso pijn doen, wisten ook de ingenieurs achter de tekentafel. En dus proberen ze te snijden waar het volgens hen het minst hard bloedt: in landbouwgrond.

369 hectare akkers en velden zou de noordelijke leidingstraat doorkruisen. ‘Tien hectare daarvan is van mij’, zegt Jan Luyckx, landbouwer in Loenhout, een deelgemeente van Wuustwezel. Hij vindt het niet gek dat er iemand in koersoutfit in zijn koeienstal staat, hij heeft zelf lang gefietst. ‘Op zondag. Maar toen begon de ploeg ook in de week te trainen. We hebben ruim 800 koeien, die wachten niet wanneer ik wil fietsen.’

Maar terug naar de leidingstraat. Luyckx heeft er al van wakker gelegen. Zijn boerenburen ook. Ze hebben allemaal een bezwaarschrift ingediend. Ook enkele collega’s die er nochtans geen last van hebben. Uit sympathie. ‘Die leiding zou door mijn beste grond lopen’, zegt Luyckx. ‘Zwaardere kleigrond die het vocht goed vasthoudt, ook in lange periodes van droogte. In zo’n grond wil je niet dat er gerommeld wordt, dat weet elke boer.’ Zijn grootvader en enkele andere boeren zijn ooit nog de boel kort en klein gaan slaan op het gemeentehuis toen hun grond bedreigd werd door graafmachines. ‘Maar dat was vroeger. Vandaag stuur je een ambtelijk briefje, meer kun je niet doen. Wat denk jij? Zou dat iets uithalen?’

‘Wij dachten altijd: de Antwerpse haven? Die ligt ver weg. Maar kijk, straks snijdt ze misschien door onze achtertuin’

Jan Luyckx

Werken, werken, werken

Langs het hele traject zijn we elf erven opgedraaid. We leerden dat de oudere generaties een stuk minder goed op de hoogte zijn. Tenzij ze zich engageren in de lokale gemeenteraad of voor het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), want daar is de leidingstraat een item. Sommige landbouwers zijn de laatsten in een lange familietraditie en wanneer ze beseffen dat hun boerderij samen met hen zal sterven, reageren ze eerder gelaten op het nieuws. Maar de jongere en tussengeneraties lezen over de leidingen op sociale media en in de krant, en houden nauw contact met de buren. Zij zijn bang voor oogst- en waardeverlies.

Algemeen bespeurden we een grote ‘dreigingsvermoeidheid’. In Wuustwezel, bijvoorbeeld, kwam eerst de E19-snelweg, toen de hogesnelheidslijn, toen een tiental windmolens, toen de Fluxys-gasleiding, toen een nieuw oprittencomplex en nu mogelijk een leidingstraat.

Voor Rob Dierckx en Ingrid Leenaerts uit Geel, bijvoorbeeld, is die stilaan de druppel te veel. ‘De leidingstraat interesseert ons nul de botten. Je kunt die plannen gaan inkijken, maar we snappen daar toch niets van. We hebben grotere zorgen: ze willen een groot stuk van onze akkers onder water zetten omdat de Zegge, het natuurgebied hier vlakbij, met verdroging kampt. Ik krijg geen nieuwe vergunning en mag niet uitbreiden zolang niet duidelijk is of ze nu moeras of landbouw willen. Dit melkveebedrijf is ons leven, mogelijk ook het leven van onze kinderen, maar anderen beslissen erover. Het enige wat wij nog kunnen of moeten doen, is werken. Dus die leiding: ik hoor het wel.’

Kristof Vadino
Dubbel getroffen

Waar iedereen – betrokken of niet – het over eens is: je kunt zien wanneer een ondergrondse leiding door je akker loopt. ‘Ze zeggen wel: “We graven voorzichtig en we scheiden de vruchtbare grond van de ondergrond”, maar nadien is je opbrengst minder’, zegt Mathias De Vulder, door de liefde weggeplukt uit Geraardsbergen.

Hij en zijn vrouw Hanne Van Wolveren zijn vorige maand getrouwd en naast hun huis in Wuustwezel liggen de funderingen klaar voor een tweede koeienstal. Ze zijn mid-twintigers, de volgende generatie.

Hun oom Roger Aernouts, van wie ze het bedrijf overnemen, heeft het al met eigen ogen gezien. ‘Je ziet het vanuit de lucht en je merkt het ter plaatse: bij nat weer trekt het water moeilijker weg, bij droog weer droogt de grond sneller uit en op het einde van de rit heb je op die strook een minder goede oogst. Dus hoe voorzichtig ze de aarde ook omwoelen met graafmachines: ze is omgewoeld en ze is met zwaar materiaal overreden. Grond vergeet dat niet. In geen tientallen jaren.’

Een bijkomende bezorgdheid is de mogelijke boscompensatie die de aanleg van de leidingstraat met zich brengt. Als het noordelijke tracé er komt, zou er in totaal 189 hectare bos gekapt worden. Die zal gecompenseerd moeten worden. ‘En dat gebeurt nog altijd vaak op landbouwgrond’, zegt Vanessa Saenen, woordvoerster van de Boerenbond. ‘Zo zouden landbouwers dubbel getroffen worden en neemt de druk op de grond verder toe.’


FACTCHECK
‘De oorspronkelijke bodemstructuur en het landgebruik kunnen na aanleg van de leidingen worden hersteld.’
(Uit de startnota ‘GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr(Geleen)’, p. 51)


Hoe “groen” is de ethaankraker in Antwerpen echt?

Ineos, dat we ondertussen kennen als een controversiële, private chemie-multinational met dubieuze milieu- en sociale reputatie, doet in recente communicatie opnieuw pogingen om aan de hand van zeer misleidende greenwashing de bouw van een nieuwe ethaankraker in Antwerpen te rechtvaardigen. Met steun van gespecialiseerde PR-firma’s en chemie-sectorfederatie Essenscia, verdedigt zij het vervuilend project door middel van zorgvuldig geselecteerde argumenten en aan de hand van ‘trendy’ bewoordingen.

Annick Vanisterbecq
Ineos Will Fall

Deze verwijzen echter meestal naar hoog-technologische of innovatieve aspecten van de installaties of hebben dikwijls een specifieke sector- of marktgebonden achtergrond. Ineos & Co rekenen er op dat het zonder voorkennis of extra onderzoek zelfs voor journalisten onmogelijk of té tijdrovend is om na te gaan hoe de vork juist in de steel zit. Het Vlaamse publiek krijgt zo zonder het echt te beseffen niet-geverifieerde en dikwijls onjuiste informatie voorgeschoteld. Ineos zwijgt bijvoorbeeld in alle talen over de ontwikkeling van nieuwe, geëlektrificeerde ethaankrakers die volledig draaien op hernieuwbare energie en dus beter passen in een klimaatneutrale haven van de toekomst.

Ineos Will Fall trekt aan de alarmbel: “Trop is teveel en teveel is trop!”. Met het oog op het nakende openbaar onderzoek in het kader van de nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag van Ineos stelt de coalitie van burgerbewegingen de greenwashing-praktijken van Ineos aan de kaak. Zij willen de mensen correct informeren door de foutieve of misleidende conclusies van Ineos op grondig onderbouwde manier te weerleggen.

Ethyleen, een onmisbaar product?

“We willen een ethaankraker bouwen”, legt Nathalie Meert uit. De Communications & External Relations Manager bij INEOS gaat verder: “Die zal het gas ethyleen produceren, één van de belangrijkste basischemicaliën ter wereld, dat onmisbaar is voor ontelbare producten zoals lichtgewicht auto-onderdelen, isolatiemateriaal en pijpleidingen voor drinkwater. Ethyleen is dan ook één van de meest gebruikte basischemicaliën ter wereld. Je vindt het terug in tal van producten, in de cosmetica die je gebruikt, in de lichtgewicht-materialen van je wagen, isolatiematerialen voor je huis…”

INEOS verzwijgt systematisch dat ook de meer duurzame eindproducten die op basis van ethyleenderivaten gefabriceerd worden hun steentje bijdragen aan de wereldwijde plasticvervuiling. In de meest recente herziening van het Referentiedocument Best Beschikbare Technieken met betrekking tot Bulk Organische Chemie staat letterlijk: “Het grootste deel van het geproduceerde ethyleen wordt gebruikt voor de fabricage van polyethyleen, hoewel ethyleen ook een belangrijke rol speelt bij de fabricage van polystyreen (via ethylbenzeen en styreen), glycolen (via ethyleenoxide) en PVC (via 1,2-dichloorethaan en vinylchloride).” De meeste van deze derivaten worden eerst gepolymeriseerd en verwerkt tot een soort granulaat (‘pellets’ of ‘nurdles’) vooraleer andere bedrijven ze verder kunnen omvormen tot windmolenwieken of PVC-ramen. Andere derivaten van ethyleen worden verwerkt in cosmetica en textielvezels onder de vorm van nano- of microplastics, die dan via ons drinkwater of gewoon via de lucht die we inademen in ons lichaam terecht komt of door de wind en de stromingen in onze oceanen meegevoerd worden naar de meest afgelegen gebieden op onze planeet.

Ethyleen is de meest gebruikte basisgrondstof voor het maken van nieuwe plastics. Polyethyleen (PE), polyvinylchloride (PVC), polyethyleen tereftalaat (PET) en polystyreen worden allen gemaakt op basis van ethyleen. Propyleen is de basis voor polypropyleen (PP). Deze 5 types plastic zijn samen goed voor 90% van de wereldwijde productie van nieuwe kunststoffen (op basis van gewicht). Op de website van sectorfederatie PlasticsEurope is te zien dat nog steeds 40% van de globale plasticproductie bestemd is voor wegwerpplastics en verpakkingen. Ethyleen is dus de basisgrondstof voor het overgrote deel hiervan. ​​​​​​​

“Wereldwijd stijgt de vraag naar ethyleen.” En iedereen springt op de kar?

Eind 2020 kon men wereldwijd een plotse stijging van de ethyleenprijs vaststellen. Volgens Nathalie Meert, de woordvoerster van Ineos, is dit een rechtstreeks gevolg van een heropflakkering van de markt in het kader van de wet van vraag en aanbod, die de meeste mensen nog kennen uit de eerste les economie. Voor een doorsnee publiek klinkt haar eenvoudige uitleg dus redelijk geloofwaardig, aangezien men daar inderdaad leert dat prijsstijgingen een gevolg kunnen zijn van een groeiende vraag en een verminderd aanbod. Ineos zwaait dus met recente cijfers over de ethyleenmarkt om de bouw van de nieuwe ethaankraker van Project One te rechtvaardigen en rekent er op dat het voor de meeste mensen niet evident is om na te gaan hoe de vork juist in de steel zit. Onafhankelijke markt- en sectorexperten waarschuwden namelijk al snel dat niet de stijgende vraag, maar een uitzonderlijke, globale samenloop van maatschappelijke en economische omstandigheden de oorzaak is van de acute stijging van de ethyleenprijs. Zij wijzen op het tijdelijk karakter van deze evolutie en weerleggen het ‘fictieve ‘ tekort aan ethyleen. Ook het door de plastics- en chemie-lobby vooropgestelde ‘virtuele’ groeiscenario voor de vraag naar ethyleen wordt door bedrijven als INEOS misbruikt om te kunnen blijven inzetten op hun fossiel business model dat gebaseerd is op goedkoop schaliegas voor de productie van nòg meer nieuw plastic. Zij worden in dit spelletje blufpoker bijgestaan door de ‘Big Oil’-bedrijven van weleer, die serieuze klappen kregen door de verdere duik van de olie- en gasprijzen omwille van Covid en stellen dat plastics de komende jaren de grootste drijfveer worden achter de groeiende vraag naar olie. De grote oliebedrijven beseffen dat zij deze pandoering nooit volledig zullen te boven komen en dus dringend op zoek moeten gaan naar andere potentiële winstmodellen.

De meeste analisten voorspellen dat de ethyleenmarkt op relatief korte termijn zal terugvallen naar een niveau van structurele overcapaciteit. De voorziene lancering van een aantal nieuwe krakers in het Midden-Oosten (o.a. Qatar) en Azië en een groot extra aanbod uit China bovenop de reeds uitgebreide ethyleencapaciteit, zullen de situatie snel doen kantelen en de druk op de ethyleenprijs opnieuw opvoeren.

Volgens Ineos blijft Europa blijft “zwaar achter” in de bouw van ethyleenfabrieken

Na de ontdekking van gigantische ondergrondse schaliegasvelden pompten investeerders wereldwijd volop geld in de Amerikaanse schaliegassector en fracking-industrie en bleef de gasindustrie aan een strak tempo naar schaliegas boren. Tussen 2000 en 2018, steeg het aantal boorputten voor de ontginning van gas met meer dan de helft tot +/- 550.000 en werd de productie van gefracked schaliegas met 15 vermenigvuldigd. Meer dan de afnemers van schaliegas konden verwerken. Dit resulteerde in enorme overschotten, maar ook een groot tekort aan opslagtanks. De te grote gasvolumes drukten de gasprijs naar het laagste niveau in de voorbije decennia. Door het overaanbod doken de gasprijzen steeds dieper, om op zeker ogenblik zelfs onder nul te gaan. Als oplossing voor de overproductie en lage gasprijzen werd gezocht naar nieuwe industriële allianties om het overschot aan gas te verwerken. Één daarvan was het gebruik van restproducten uit schaliegas (zoals ethaan en propaan) door de petrochemie als grondstof voor de productie van plastics. Grote olie- & gas-multinationals, petrochemiespelers en plasticproducenten roken geld en zagen in de productie van nieuw plastic uit goedkoop gas kans op klinkende winstmarges! De overproductie van spotgoedkoop schaliegas leidde in de VS dus tot de bouw van een groot aantal nieuwe installaties en krakers voor de productie van basisgrondstoffen voor kunststoffen, zoals ethyleen. Een tè groot aantal bleek nadien… want toen, na verloop van tijd, al deze installaties quasi gelijktijdig in productie gingen, leidde dit al snel tot een overcapaciteit van ethyleen en propyleen, waardoor ook de marktprijs voor deze producten zeer laag bleef. In de VS werden in de periode 2017-2019 nieuwe productiefaciliteiten gebouwd met een capaciteit van 7,5 miljoen ton ethyleen. Verwacht wordt dat daar tegen 2022 nog eens 7 miljoen ton bijkomt.

In Azië, voornamelijk in China, blijft men ondertussen investeren in nieuwe ethyleencapaciteit. Het zou in de volgende twee jaar om een toename van 22 miljoen ton gaan.Het grootste deel van het ethyleen geproduceerd in Europa wordt nu uitgevoerd naar Azië. Als Azië zo blijft inzetten op de bouw van ethaankrakers dan zal er daar algauw ook geen afzetmarkt meer zijn voor INEOS. Daarnaast plant Rusland een nieuw complex aan de Finse Golf, met twee ethyleenkrakers en zes installaties voor de productie van polyethyleen.



Nieuwe recyclagetechnieken, klimaatvriendelijke productietechnieken en gewijzigd consumptiegedrag maken extra ethyleenproductie overbodig

De opkomst van nieuwe recyclagetechnieken en meer klimaatvriendelijke en duurzame productietechnologieën, en een consumptiegedrag dat steeds meer inzet op hergebruik en een circulair business model zullen de druk op de internationale grondstoffenmarkten nog verder opvoeren.

Het onlangs gepubliceerd rapport “Breaking the Plastic Wave” stelt oplossingen voor die ons in staat stellen om tegen 2040 alle nuttige toepassingen van plastic te vervangen voor amper de helft van de investeringskosten inclusief de halvering van de totale productie van nieuw plastic, met 25% minder uitstoot van broeikasgassen en toch 700.000 meer banen ten opzichte van de huidige ‘business as usual’. Men merkt op dat de technologische oplossingen beschikbaar zijn om het gebruik van plastic massaal te verminderen tegen lagere kosten dan ’business as usual’. Oplossingen zijn onder andere hergebruik, beter design, strengere regulering van het product, vervanging door bv. papier of plantaardige vezels, en een substantiële toename van recycling.

Het onderzoeksplatform Capture meent dat een sterke en competitieve recyclingindustrie nodig is om naar een echt circulaire economie te gaan. “Niet olie & gas maar de opgebouwde hoeveelheid plastics in onze maatschappij moeten de grondstof vormen voor nieuwe plastics.” In oktober 2020 vermeldt het ECRN (European Chemical Regions Network) in haar Visie over Plastics en Chemical Recycling : “Het aandeel fossiele brandstoffen gebruikt voor de productie van nieuwe kunststoffen blijft toenemen (van 6% nu tot naar schatting 20% in 2050). De eerste uitdaging ligt in het effectief sluiten van de keten en het optimaal scheiden van diverse kunststof-afvalstromen, zodat ze opnieuw als grondstof kunnen dienen. De tweede uitdaging met plastic is het elimineren van de fossiele grondstoffen, waaruit bijna alle kunststoffen ontstaan.”

Zelfs sectorfederatie PlasticsEurope geeft in mei 2021 letterlijk aan via een one-pager op haar website volop te willen inzetten op chemische recycling als hulpmiddel bij de doelstellingen in de Europese Green Deal m.b.t de transitie naar een circulaire economie: “De Green Deal staat centraal in de ambities van de EU om klimaatneutraal en circulair te worden. Om deze ambitieuze doelstellingen te halen, moet plastic afval worden benut als waardevolle grondstof en worden omgezet in nieuwe producten. Deze overgang van een lineaire naar een circulaire economie vereist nieuwe recycling-technologieën. Chemische recycling-technologieën (pyrolyse, gasvorming, depolymerisatie…) zetten plastic polymeren terug om in hun oorspronkelijke moleculen, zodat ze steeds opnieuw verwerkt en telkens weer hergebruikt kunnen worden.” Men kan dus concluderen dat ook in de plasticsector zelf de vraag naar ethyleen op termijn verder zal dalen, natuurlijk onder voorbehoud dat de nota meer is dan een loutere PR-stunt en men ook effectief overgaat tot het uitvoeren van deze plannen.

De argumenten van Ineos over de nood naar meer ethyleenproductie in Europa staan lijnrecht tegenover bovenstaande plannen en doelstellingen om minder nieuw plastic te produceren en meer in te zetten op recycling of hergebruik van de reeds opgebouwde hoeveelheid plastic in het milieu. Bovendien zullen het verhogen van de Europese CO2-taks, de aangekondigde extra belastingen en restricties op de invoer van grondstoffen en producten van buiten de EU die extra methaanemissies genereren bij de ontginning of tijdens het productieproces (in kader van nieuwe Europese Methaan Strategie), de alsmaar strengere plastic-wetgeving wereldwijd (minimum percentage gerecycled plastic in nieuwe kunststofproducten, restricties op productie en gebruik van wegwerp-plastics en op de uitvoer en internationaal transport van plastic afval) maar ook de door de alomtegenwoordige plasticvervuiling veroorzaakte mentaliteits- en gedragswijziging bij de consument een invloed hebben op de toekomstige vraag naar ethyleen. Het blijven investeren in bijkomende installaties voor ethyleenproductie zal op termijn resulteren in een  aanzienlijke overcapaciteit van ethyleen, met als gevolg een dalende rentabiliteit en verlieslatende bedrijfsresultaten, faillissementen, jobverlies… Dit resulteert in miljarden euro’s die verspild worden aan compleet nutteloze, gestrande investeringen.

De kloof tussen de beschikbare voorraden ethyleen die door de extra productiecapaciteit zullen blijven toenemen en de effectieve vraag naar ethyleen, die omwille van de strengere maatregelen en milieu- en klimaatwetgeving enkel zal dalen, zal dus in de toekomst steeds groter worden.

Rekening houdend met het voorgaande is het duidelijk dat Nathalie Meert bepaalde marktmechanismen en cijfermateriaal uit hun reële context haalt en misbruikt om een punt te maken. De onheilspellende uitspraak “Alleen Europa blijft zwaar achter” is als conclusie totaal van de pot gerukt! Dat Europa niet geneigd is om net zoals de Verenigde Staten en Azië te blijven investeren in fossiele processen die de bestaande overcapaciteit aan ethyleen en soortgelijke grondstoffen nog doet toenemen, zet Ineos Will Fall aan tot positieve conclusies:

  • Al op korte termijn zal dit bijdragen tot de snellere transitie naar een circulaire industrie en meer duurzame economie en samenleving. Europa kan inzetten op de ontwikkeling van circulaire projecten die afgestemd zijn op de reële behoefte met waardeketens die zoveel mogelijk lokaal of regionaal geïntegreerd zijn, vertrekkend van aanwezige hulpbronnen (door de uitwisseling van grondstoffen en afval tussen economische activiteiten en de Europese lidstaten onderling), ten gunste van Europese consumenten en werkgelegenheid (korte ketens). Ethaan uit Amerikaans schaliegas gebruiken voor de productie van ethyleen in Europa past niet in dit toekomstbeeld.
  • Om beter te kunnen inspelen op veranderende marktontwikkelingen dient men bovendien flexibel te zijn. Dit kan door geen grote uitbreidingen voor lange perioden te programmeren, maar te kiezen voor kleinere of gefaseerde projecten die op kortere termijn worden gerealiseerd. Mega-investeringen in fossiele ethaankrakers met een levensduur van minimum enkele decennia beletten Europa om een autonome koers te varen met minder financiële druk van buitenaf.
  • Europa maakt zich los van fossiele waardeketens en vermijdt op lange termijn het slachtoffer te worden van de financiële en economische gevolgen door internationale marktverstoringen, waar het als netto-invoerder van grondstoffen voor plastic totaal geen grip op heeft omdat deze grotendeels gedirigeerd worden buiten de invloedssfeer van de EU en haar lidstaten.


“Door de afhankelijkheid van Antwerpen, de op één na belangrijkste chemiecluster ter wereld, van de chemische industrie is een andere weg moeilijk in te slaan.”

Volgens Nathalie Meert van Ineos dreigt Antwerpen haar positie te verliezen als de op één na belangrijkste chemiecluster ter wereld, wanneer nieuwe investeringen uitblijven. In zijn doctoraatsstudie (oktober 2019) voor de Erasmus School of Economics aan de Universiteit van Rotterdam verwijst Klaas den Boer naar conclusies in een eerdere studie (Vanthillo, et al.- 2018) die aangeven dat de Haven van Antwerpen ernstige gevolgen ondervindt van een aantal negatieve ‘lock-ins’. Een voorbeeld is de afhankelijkheid van de regio van de chemische industrie. Aangezien deze zo belangrijk is voor de regionale economie, is het moeilijk om een andere weg in te slaan. Een ander lock-in-effect is de hoge kapitaalintensiteit in de chemiesector. Dit maakt toe- en uittredingsdrempels zo hoog, dat omschakelen naar een andere bedrijfstak zeer moeilijk is. De studie wijst ook op de lage aanwezigheid van ‘Onderzoek en Ontwikkeling’ in de Antwerpse chemische cluster. Al deze elementen hebben als gevolg dat de Antwerpse haven in vergelijking met Rotterdam niet ver gevorderd is in de omschakeling naar toekomstgerichte, bio-gebaseerde chemicaliën. In België is de haven van Gent momenteel koploper op dit gebied (Hintjes, et al., 2015).

Volgens het sectorprofiel van de chemische industrie opgemaakt door wetenschappers in opdracht van de Provincie Antwerpen, is ook de congestie van de wegeninfrastructuur één van de grote nadelen van deze clustervorming. Producenten die logistieke activiteiten uitbesteden zien zich niet als initiatiefnemers om logistieke oplossingen te ontwikkelen. Eén van de gevolgen hiervan is de Oosterweelverbinding, een ander megaproject dat de Vlaamse belastingbetaler decennia lang met een miljardenschuld opzadelt, terwijl deze middelen veel beter hadden kunnen besteed worden voor de uitbouw van een klimaat- en milieuvriendelijk, duurzaam en betaalbaar netwerk van openbaar vervoer. Dergelijk netwerk zou een gunstig effect hebben op de CO2-uitstoot en financiën van de Vlaamse samenleving, door het wegvallen van de dagelijkse, kilometers lange files op onze Vlaamse wegen.

De plannen voorgesteld door Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) voor de aanleg van een buitengewoon omvangrijke leidingenstraat voor het vervoer van een hele resem (gevaarlijke) stoffen en producten – waaronder ethyleen – van Antwerpen naar het Ruhrgebied (met vertakking naar de chemieclusters van Geel, Meerhout, Beringen en Tessenderlo), sluiten naadloos aan bij de toekomstvisie van INEOS om de productie van basisgrondstoffen voor plastic op te voeren. De lengte van de leidingstraat kan op Vlaams grondgebied oplopen tot 175 km en zou er 46 gemeenten en 3 provincies doorkruisen!  Zonder een duidelijk industrieel transitiekader in Vlaanderen is het wel erg voorbarig om in te zetten op een pijpleidingen-project met hoge potentiële veiligheidsrisico’s en een enorme impact op de natuur en leefomgeving, dat dus grotendeels zal gebruikt worden voor fossiele waardeketens.

In haar advies van 28 april 2021 over de Startnota GRUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr meldt de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO) aan de Vlaamse Regering dat er nog veel vragen zijn bij de economische onderbouwing van dit megaproject. Het economisch haalbaarheidsonderzoek verduidelijkt bijvoorbeeld dat het bepalen van de toekomstige marktgroei van fossiele grondstoffen en hun derivaten niet evident is. De aanleg van de leidingstraat (alsook de vraag naar extra pijpleidingen) is per definitie onzeker en afhankelijk van ontwikkelingen die zich vaak ver buiten de invloedssfeer van West-Europa afspelen. Al deze producten worden immers verhandeld in een wereldmarkt. Dit is ook het geval voor ethyleen.

De keuze van INEOS voor Antwerpen als locatie voor hun nieuwe installaties is deels te wijten aan het reeds bestaande pijpleidingennetwerk. Dit is nodig om ethyleen uit de nieuwe kraker naar talrijke andere Europese plastic-productiefaciliteiten te kunnen transporteren. INEOS is intussen mede-aandeelhouder van ARG mbH & Co. KG (ARG), de exploitant van een pijpleidingnetwerk van ca. 500 km dat ethyleen vervoert tussen Antwerpen, het Ruhrgebied (Duitsland) en via Keulen en Frankfurt tot aan de Oostenrijkse grens. Samen met de eigen verbindingslijnen van bedrijven is dit netwerk mee verantwoordelijk voor de uitbreiding van de Westeuropese petrochemische industrie, maar ook voor eventuele re-locaties van bedrijven. Ook de Rotterdamse markt is rechtstreeks op het ARG-systeem aangesloten via een reeks investeringen en overnames. INEOS is nu één van de grootste afnemers van deze Europese ondergrondse snelwegen voor ethyleen, maar met de ethaankraker in Antwerpen zou het dus ook als producent en verdeler van ethyleen een steeds grotere rol gaan spelen in dit verhaal en is er dus ook sprake van een financieel belang.

Het ethaan voor Project One komt niet uit aardgas maar uit gefracked schaliegas!

Ineos verspreidt niet enkel misleidende informatie, maar deinst er zelfs niet voor terug om pure leugens de wereld in te sturen! Voor de ethyleenproductie van INEOS wordt geen ethaan gebruikt uit traditioneel aardgas, maar uit fossiel schaliegas, ontgonnen door middel van de vervuilende en schadelijke ‘fracking’-techniek. Met de omschrijving van ethaan als een state-of-the-art basisgrondstof overschrijdt Ineos de drempel van het toelaatbare en negeert het de intussen algemeen aanvaarde wetenschappelijke consensus dat het fracken naar schaliegas desastreuze gevolgen heeft voor de levensomgeving van mensen, fauna & flora. Hierbij wordt een mix van water, zand en chemicaliën onder zeer hoge druk in diep schaliegesteente gepompt. De controversiële techniek veroorzaakt ernstige water- en luchtverontreiniging en frequente aardschokken. Het is veelvuldig bewezen dat de bij fracking gebruikte chemicaliën een zeer schadelijke impact hebben op de ondergrond en het grondwater. Veel van deze wetenschappelijke rapporten en evaluaties gaven de laatste jaren trouwens de doorslag in de talrijke rechtszaken van burgers en lokale gemeenschappen tegen de fracking-industrie, die door de wet steeds meer aan banden wordt gelegd en dus honderden miljoenen dollars aan schadeclaims mag ophoesten.

“De koolstofuitstoot van onze installatie zal nog maar een derde bedragen van de uitstoot van een gemiddelde Europese fabriek en minder dan de helft van de uitstoot van de momenteel 10% best scorende stoomkrakers in Europa.”

Dit argument houdt weinig steek. Anders dan in de energiesector, waar hernieuwbare energie bijvoorbeeld kolencentrales wegconcurreert, gaat het in de plasticindustrie om zeer geïntegreerde industriële productieketens, waar gigantische infrastructuurinvesteringen achter zitten. Het is niet omdat er een volgens Ineos “efficiëntere” centrale bijkomt, dat anderen op korte termijn zullen stoppen met produceren.

In de berekeningen van INEOS over de uitstoot van Project One wordt bovendien nergens rekening gehouden met:

  • De CO2-uitstoot uit het zeer hoog energieverbruik nodig voor het fracken zelf;
  • De methaanuitstoot (over een periode van 20 jaar tot 86x schadelijker voor het klimaat dan CO2) door frequente lekken bij de ontginning;
  • Het affakkelen (verbranden) van methaangas rechtstreeks aan de bron, wat dus op zijn beurt extra CO2-emissies genereert;
  • De emissies van de acht “Dragon Ships” die INEOS liet bouwen voor het intercontinentaal maritiem transport vanuit de VS;
  • Het affakkelen van ethaan en andere stoffen in de fabriek in Antwerpen tijdens het opstarten, onderhoudswerken of voor de veiligheid indien er zich incidenten voordoen.

De uitstoot veroorzaakt door al deze elementen valt NIET onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS) en dient dus opgeteld te worden bij de door INEOS gecommuniceerde uitstootcijfers.

Een klimaatneutrale ethaankraker is uitgesloten

Aangezien de bouw van een nieuwe ethaankraker een extra productiefaciliteit betreft houdt dit argument geen steek. De totale uitstoot van Project One dient gewoon als extra uitstoot beschouwd te worden! Zelfs al haalt Ineos deze doelstellingen om tegen 2025 minstens 55% minder CO2 uit te stoten (t.o. 1990) voor al haar overige vestigingen in Antwerpen, dient men de uitstoot van Project One mee in rekening te brengen.

Zoals hierboven reeds vermeld houdt Ineos in haar berekeningen over uitstoot en zogenaamde klimaatneutraliteit nergens rekening met de koolstof- EN methaanafdruk bij de ontginning door middel van de schadelijke en energie-intensieve fracking-techniek, veel voorkomende methaanlekken en frequent affakkelen aan de bron en het intercontinentaal transport vanuit de VS naar Europa. Klimaatneutraliteit is dus sowieso uitgesloten, eender binnen welke termijn en eender voor welke mate van efficiëntie bij de nieuwe ethaankraker!

Ethaan is NIET milieuvriendelijker dan nafta

Gebruikelijke grondstoffen voor stoomkraken zijn ethaan, nafta en andere koolwaterstoffen. Ongeacht de grondstof (nafta, ethaan, propaan, butanen, kerosine, enz.), vereist stoomkraken enorme hoeveelheden energie. Het is zelfs het meest energieverslindende proces in de chemische industrie. Het grootste deel van deze energie wordt gebruikt voor het creëren van de stoom en de warmte in de kraakovens, maar er is ook energie nodig voor pompen, koeltorens, warmtewisselaars, compressoren, condensors, koude dozen, distillatietorens, decoking-operaties, en vele andere processen. Ethaan, de meest eenvoudige grondstof, vereist de hoogste temperatuur (800°C- 900°C) om te kraken en verbruikt dus een enorme hoeveelheid energie bij het verwerkingsproces. Bij 650°C vindt reeds minimale ethaanconversie plaats. Pas bij 700°C beginnen reacties op gang te komen, aangezien ethaanmoleculen meer energie krijgen door de warmte. Ethaanconversie vindt snel plaats, waarbij ethyleen en andere producten zoals methaan worden geproduceerd. De ethyleenproductie is maximaal tussen 850°C en 950°C. Boven deze temperatuur begint de ethyleenproductie te dalen en neemt de methaanproductie toe, ook al gaat de ethaanconversie door. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan nevenreacties die bij hogere temperatuur geactiveerd worden, waardoor ethaan en ethyleen met andere componenten reageren en meer methaan en andere nevenproducten worden geproduceerd. Om dit tot een minimum te beperken, wordt het gekraakte gas onmiddellijk na het verlaten van de reactor afgekoeld tot minder dan 650°C. In het algemeen zijn voor het stoomkraken van ethaan drie secties vereist vergelijkbaar met die van het nafta-kraakproces. Het kraken van ethaan vereist een hogere temperatuur in de oven, een hogere capaciteit van de C2-splijter, maar minder infrastructuurvoorzieningen.

Ineos verwijst dus in eerste instantie naar de grotere efficiëntie bij het kraken van ethaan in vergelijking met nafta. Het feit dat ethaan omwille van de noodzaak aan minder infrastructuur eenvoudiger is te kraken dan nafta maakt voor bedrijven als Ineos natuurlijk een pak voordeliger om een ethaankraker te bouwen in vergelijking met een een naftakraker. Alhoewel men voor het bekomen van een zelfde hoeveelheid ethyleen meer nafta dan ethaan nodig heeft – wat ethaan dus op het eerste zicht milieuvriendelijker maakt – vereist het kraken van ethaan dus veel hogere temperaturen dan het kraken van nafta. Wanneer men bovendien rekening houdt met het feit dat het ethaan gebruikt door Ineos ontgonnen wordt door het fracken van schaliegas (dat zoals eerder aangetoond zeer energie-intensief is en bovendien de oorzaak is van torenhoge methaanemissies), wordt het voordeel van een kleinere hoeveelheid aan grondstof al snel teniet gedaan.

Met waterstof de transitie naar klimaatneutraliteit … maar er is geen haast bij

Het volgens Ineos doorslaggevend argument is dus het feit dat bij het kraken van ethaan meer waterstof wordt geproduceerd.

Groene waterstof is – terecht – een mogelijke klimaatoplossing. Maar in eerste instantie willen wij benadrukken dat de waterstof die zal geproduceerd worden in Project One geen ‘groene’ waterstof is. Zij komt namelijk voort uit de verbranding van ethaan uit fossiel schaliegas. Reële CO2-besparingen en “klimaatneutraliteit” zullen dus bijgevolg nooit een rechtstreeks gevolg zijn van de productie van waterstof uit de krakeractiviteiten van Ineos Project One.

‘Groene’ waterstof wordt in de meest recente analyses en conclusies bij haar nieuwe Industriële Strategie door de EU opgelijst als één van de aandachtspunten: “Hernieuwbare of koolstofarme waterstof zal een sleutelrol spelen bij het aanpakken van kritieke uitdagingen in verband met het koolstofvrij maken en het concurrentievermogen van de industrie van de EU. De EU is echter afhankelijk van de invoer van grondstoffen voor belangrijke componenten en van de levering van hernieuwbare energie. Om belangrijke sectoren (bv. staal, chemie…) koolstofvrij te maken, is een grote en betrouwbare toevoer van ‘schone’ waterstof nodig.” Men benadrukt tevens het gebrek aan hernieuwbare en koolstofarme waterstofvoorziening en -infrastructuur op korte termijn. “Aansluiting van 80 tot 120 GW aan productiecapaciteit voor zonne- en windenergie is nodig om tegen 2030 in de nodige elektriciteit te voorzien.”

Momenteel bestaat slechts 0,1% van de wereldwijde waterstofproductie uit groene waterstof. BloombergNEF berekende dat de hoeveelheid elektriciteit nodig voor het produceren van voldoende groene waterstof voor amper een kwart van de wereldwijde energiebehoefte, hoger zou liggen dan alle elektriciteit die momenteel wereldwijd geproduceerd wordt en bovendien méér dan 11 biljoen (!) USD aan investeringen in aangepaste infrastructuur nodig zijn. Op basis van de huidige hernieuwbare energiecapaciteit lijkt het uitrollen op grote schaal weinig waarschijnlijk in de komende decennia. Bank of America Securities spreekt van een aandeel van slechts 24% groene waterstof in de wereldwijde energiebehoefte tegen 2050.

Dit artikel beschrijft de groeiende kritiek op de manier waarop bedrijven de LCA (Life Cycle Assessment) gebruiken of eerder misbruiken in de milieueffectenrapportering bij een vergunningsaanvraag. Het betreft vooral bedrijven of sectoren met een intensief energieverbruik, hoge uitstoot van broeikasgassen of die blijven inzetten op het gebruik van fossiele brand- of grondstoffen. Het rapport waarnaar verwezen wordt geeft aanwijzingen en wijst op de valkuilen voor vergunningsinstanties. LCA (Life Cycle Assessment) is het evalueren van de impact op het milieu en het klimaat van ALLE aspecten gerelateerd aan het project: van de ontginning en het transport van de brand- en grondstoffen, over de productieprocessen en het energieverbruik of emissies van de installaties zelf, tot de impact van de daar gefabriceerde producten in de verdere productieketen en van het gebruik van de eindproducten door de consument.

De methode komt echter steeds meer onder vuur te liggen omwille van het naar voor schuiven van minder betrouwbare of contra-intuïtieve conclusies die verdere industrialisering veeleer stimuleren dan te streven naar een meer evenwichtige benadering ten aanzien van de planeet. Om bepaalde negatieve effecten op het milieu of het klimaat te minimaliseren verwijst men zeer regelmatig naar technologieën die nog niet bestaan of oplossingen aan de hand van processen waarvan het onderzoek zich nog maar in een embryonaal stadium bevindt en concrete resultaten nog niet bewezen werden. Een voorbeeld CO2-opvang, waterstoftechnologie…

Dus als, als, mits, als, indien… dan… Het is evident dat men door het combineren van een reeks veronderstellingen naar een eindconclusie kan toewerken die beantwoordt aan een resultaat dat perfect past in het plaatje om het project in een beter daglicht te stellen! Het is dus zeer misleidend en gevaarlijk voor beslissingnemers om zich hierop te baseren voor de goedkeuring van een project!

Het kan anders en beter dan Ineos

Ineos verwijst steeds naar het feit dat de nieuwe technologie die zal gebruikt worden Project One tot de 10% best presterende Europese stoomkrakers op het vlak van koolstofemissies zal doen ressorteren en er diengevolge zal voor zorgen dat meer verouderde ethaankrakers torenhoge emissierechten zullen moeten betalen en hun activiteiten mogelijks zelf zullen moeten stopzetten omwille van het gebrek aan rendabiliteit.

Ineos zwijgt echter in alle talen over de talrijke nieuwe technologieën en productieprocessen voor het maken van ethyleen die frequent voorgesteld worden in de gespecialiseerde pers en media. Zowel Dow en Shell in de VS, als BASF, Sabic en Linde op de BASF-site in Ludwigshafen (D) zijn bezig met de ontwikkeling van volledig geëlektrificeerde krakers, uitsluitend aangedreven door hernieuwbare energie en dus niet door middel van stoom opgewekt uit de verbranding van fossiele brandstoffen. Zelfs al zou Ineos bij Project One ooit gebruik willen maken van de waterstof uit het kraken als alternatieve energiebron, dient het in eerste instantie fossiele brandstoffen te verbranden om deze waterstof te produceren.

Een filiaal van Occidental Petroleum, Oxy Low Carbon Ventures (OLCV),  en het biotechnologiebedrijf Cemvita Factory zijn van plan een proefinstallatie voor bio-ethyleen te bouwen die ethyleen zal produceren uit door de mens geproduceerde kooldioxide (CO2), aldus de bedrijven. De proeffabriek zal een capaciteit van 1 ton/maand hebben en bio-ethyleen produceren met behulp van CO2, water en licht. De fabriek zou starten in 2022. De bedrijven hebben niet gezegd waar ze de fabriek zullen bouwen. De technologie is concurrerend met ethyleen uit koolwaterstoffen, hoewel de bedrijven geen prijzen hebben genoemd. Het proces werd ontwikkeld door een gen uit een banaan te nemen en het genetisch in het micro-organisme van Cemvita te integreren. Het project zal Occidental voorzien van een andere bron van ethyleen, die het gebruikt om PVC te maken. Cemvita zegt dat zijn technologie kan werken met een verscheidenheid van CO2-bronnen met weinig of geen wijzigingen. Voor de eerste proeffase is het bedrijf van plan CO2 te gebruiken afkomstig van de verbranding van aardgas. Het bedrijf zou ook CO2 kunnen gebruiken dat rechtstreeks uit de atmosfeer wordt opgevangen.

Maar het proces dat door Cemvita en OLCV wordt ontwikkeld, is zeker niet het enige dat ethyleen uit CO2 kan maken. De Braziliaanse polyolefinenproducent Braskem maakt al meer dan tien jaar ethyleen door ethanol te dehydrateren in zijn Triunfo-complex in de deelstaat Rio Grande do Sul. Eerder dit jaar kondigde Braskem plannen aan om de capaciteit van de fabriek uit te breiden. Eind 2020 kondigde Braskem ook al een onderzoekspartnerschap aan met de Universiteit van Illinois in Chicago om een manier te ontwikkelen om ethyleen te maken uit CO2 die wordt afgevangen uit rookgassen van industriële installaties.

Technologieën voor het maken van ethyleen met behulp van nafta, ethaan of andere koolwaterstoffen in stoomkrakers zoals deze van Ineos Project One, zullen dus zeer snel uitgerangeerd worden als benchmark voor ethyleenproductie!

Annick Vanisterbecq
Ineos Will Fall