Vraag om uitleg

van LUDWIG VANDENHOVE
datum: 4 oktober 2022
aan ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME


15 september 2022 : Ingediend
15 september 2022: Naar commissievoorzitter
22 september 2022: Ontvankelijk
22 september 2022: Klaar voor behandeling in de commissie
4 oktober 2022: Commissievergadering


Vraag om uitleg van Ludwig Vandenhove aan Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, over de Leidingstraat Antwerpen-Ruhr

Verslag

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Collega’s, minister, ik heb over deze problematiek al een aantal vragen gesteld, zowel mondeling als schriftelijk. Vermits we hierover al een hele tijd niets meer gehoord of gelezen hebben, bij dezen een nieuwe vraag.

In eerdere vragen heb ik telkens om een stand van zaken gevraagd, maar de onduidelijkheid hierrond blijft aanslepen en de omwonenden, stakeholders en actiegroepen zijn dan ook ongerust. Het bewijs daarvan kan worden gevonden in de vele bezwaren die werden ingediend, en in een petitie met heel wat handtekeningen tegen de plannen. Nu, in Vlaanderen is het niet simpel meer om nog iets grootschaligs te doen, dat begrijp ik, maar toch denk ik dat de bevolking en de betrokken gemeenten recht hebben op duidelijkheid.

Eind februari gaf u te kennen dat u het plan qua doelstellingen en tracés zou herwerken en dat dit dossier na de krokusvakantie, die ondertussen al even voorbij is, opnieuw op de agenda van de Vlaamse Regering zou komen. Intussen zijn we een halfjaar verder en hebben we niets meer vernomen over de Leidingstraat. Ik achtte het daarom nuttig om nog eens een aantal vragen te stellen.

Minister, wat is de laatste stand van zaken in het dossier van de Leidingstraat?

In uw antwoord in de commissie Leefmilieu op donderdag 24 februari 2022 zei u dat de eerstvolgende stap van het planteam eruit bestond zijn resultaten voor te leggen aan de Vlaamse Regering. U zei daarbij ook dat een hertekening van de tracés en doelstellingen een nieuwe startnota en daarom ook een nieuwe informatieronde vereisten. Zijn de resultaten van het planteam reeds voorgelegd aan de Vlaamse Regering? Indien niet, waarom niet? Wanneer verwacht u dit? Waarom is de oorspronkelijke timing dan niet aangehouden?

Is er al zicht op een nieuwe startnota? Indien niet, wanneer mogen we de nieuwe startnota en de daaropvolgende nieuwe informatieronde verwachten?

In uw antwoord op donderdag 24 februari 2022 zei u ook dat uw planteam een grondige aanpassing van de tracés zou voorstellen, met fundamentele aanpassingen aan de doelstellingen zelf. Hoe ver staat het planteam met de aanpassing van de tracés? Welke verschuivingen zijn er in vergelijking met de drie vorige tracés uit de plannen? Wat bedoelt u precies met die ‘fundamentele aanpassingen aan de doelstellingen’? In welke mate verschillen de doelstellingen uit de nieuwe startnota met die van de oude?

Ik verwijs nogmaals naar uw belofte dat u met dit dossier na de krokusvakantie naar de regering zou gaan – normaal gezien houdt u zich aan uw beloftes – en dat u nadien een uitgebreide communicatie zou opzetten richting lokale besturen en bevolking. Is deze communicatie in voorbereiding? Zo niet, waarom niet?

In de pers is er momenteel heel wat commotie rond het Ventilusproject, aan de andere kant van Vlaanderen. Zorgt de commotie en vertraging rond Ventilus voor een vertraging in dit dossier? Is er een verband? Zo ja, op welke manier?

Ik kijk uit naar uw antwoord.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het feit dat het stil is rond het dossier, wil zeggen dat er hard aan gewerkt wordt. (Opmerkingen van Ludwig Vandenhove)

We hebben nog een aantal weken tot aan de krokusvakantie, maar de bedoeling is inderdaad om dit dossier tegen dan naar de regering te brengen.

De afgelopen weken heb ik nog samengezeten met het planteam en de administratie om te bekijken waar we grondige aanpassingen aan het tracé willen realiseren en hoe we de doelstellingen tegelijkertijd overeind kunnen houden. U weet ook dat we aan de industrie hadden gevraagd of het tracé wel zo breed moet zijn. Ook dat is dus gebeurd.

Het planteam stelt dat het project cruciaal is om de klimaat- en energietransitie van de grootste economische clusters in Vlaanderen mogelijk te maken. Om dat te realiseren moeten we de transitie in de plandoelstelling uitdrukkelijker verankeren. Dat maakt het project ook concreter en realistisch.

Er zijn inderdaad heel wat bezwaren ingediend en we proberen een antwoord te bieden op de vele inspraakreacties. Het is duidelijk dat dit project onmiskenbaar is, maar voor mij is het cruciaal dat we het goed kunnen uitvoeren. Daarom hebben het planteam en de administratie de laatste weken en maanden aanpassingen aangebracht aan het tracé, zodat we zo weinig mogelijk moeten raken aan natuur-, bos- en woongebieden. Die oefening loopt. Zodra de administratie dit voorstel heeft uitgewerkt, wil ik dat resultaat aan de Vlaamse Regering voorleggen en daarna delen met zowel de gemeentebesturen als de ruime bevolking. Dat spreekt voor zich, want er zijn heel wat bezorgdheden die we moeten wegnemen. Dat is ook de reden waarom we het tracé herbekijken.

Ik verwijs naar mijn eerdere antwoord wat de startnota betreft. De herwerking van dit dossier moet nog voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering, zodat we van de stand van zaken kennis kunnen nemen en een beslissing kunnen nemen in het dossier. Pas nadien komt er een nieuwe startnota. Zodra mijn administratie haar werkzaamheden klaar heeft, kan dit allemaal gebeuren. Zoals al aangegeven, willen we ook grondig communiceren met de bevolking en de gemeentebesturen over het gewijzigde planvoornemen en de tracés. Na de beslissing binnen de Vlaamse Regering zal hierover een aankondiging komen en kunnen de gesprekken met iedereen worden voorzien.

Ik ga voor de rest nog niet vooruitlopen op de details van het tracé of de werken die moeten gebeuren, want dan zou ik vooruitlopen op de bespreking hiervan binnen de regering. De communicatie is door mijn administratie voor zover als mogelijk inderdaad al voorbereid, maar de eerstvolgende stap is dus dat de Vlaamse Regering een stand van zaken krijgt over de herwerking van het dossier en een doorstartbeslissing neemt.

Ikzelf geloof niet alles wat er in de pers verschijnt; ik hoop u ook niet. Er is geen verband met Ventilus. Dit zijn twee totaal verschillende dossiers die elk over iets volledig anders gaan. Beide projecten zijn natuurlijk wel technisch zeer complex en zijn belangrijk voor de toekomst van Vlaanderen op het vlak van energie, klimaat en economie. Beide projecten hebben ook een heel grote maatschappelijke betekenis. Het is goed dat daarover een grondig debat kan plaatsvinden en dat we de tijd en ruimte nemen om daarover van gedachten te wisselen met de lokale besturen. Draagvlak is belangrijk in zulke dossiers. Het is onze taak om dat samen met de lokale besturen te creëren en uit te leggen waarom we dit doen.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Minister, ik begrijp uit uw antwoord dat u eigenlijk voor een stuk van nul begint. Daar ben ik zeer tevreden over. U past eventueel de tracés aan, gaat met een nieuw voorstel naar de Vlaamse Regering en zult de inspraakronde opnieuw organiseren. Dat is een heel goede zaak, want daarmee is alleszins al rekening gehouden met de vele bezwaren. Dat hoop ik althans. Dat is een goede zaak, want om zoiets te realiseren, is een draagvlak in de betrokken gemeenten en regio van belang.

Mijn bijkomende vraag is hoe u de verdere timing ziet. Ik heb gealludeerd op de krokusvakantie die voorbij is, u op de krokusvakantie die nog moet komen, dus ik zou toch een concrete timing willen. Wanneer zou u dit ongeveer naar de Vlaamse Regering willen brengen? Daarna volgt dan nog de inspraakronde. Ik denk dat het goed zou zijn om, zodra dit naar de ministerraad gaat, de betrokken gemeenten en bevolking daar dan over te informeren. U zult dat begrijpen, maar als er ergens iets gebeurt, is het altijd moeilijk om een beslissing door te drukken. Het is in dezen belangrijk om de problemen die we hadden met het eerste tracé, niet opnieuw te krijgen. Het is belangrijk om de bevolking en de gemeenten daar zo snel mogelijk over te informeren. Wanneer komt dit dus ter sprake binnen de regering? Wanneer informeert u de betrokken gemeentebesturen en bevolking hierover? Wanneer denkt u een beslissing te kunnen nemen?

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Leo Pieters (Vlaams Belang)

Minister, de Leidingstraat is natuurlijk niet niets, maar daar komt nog meer bij kijken: het gaat niet alleen over de Leidingstraat zelf maar ook over economie en mobiliteit, zoals u deels al aangaf. We moeten kijken naar de toekomst. We weten dat het momenteel vrij snel gaat, ook op innovatievlak, ook op het vlak van veranderingen. We zijn bezig met energie en klimaat. We moeten dus kijken hoe we dat in de toekomst gaan doen. Want willen we die Leidingstraat ruimtelijk in orde krijgen, dan zullen we toch eerder sneller dan later moeten ageren. Want ook al wordt er niet binnen de eerste vijf jaar gebouwd, we moeten toch de ruimte hebben om de Leidingstraat alsnog te bouwen. Ik wil dus vragen aan de sp.a om bij de hoorzitting, waarom ik gevraagd heb, hierover een spreker af te vaardigen. Dan kunnen we dat misschien in deze commissie terdege bespreken, want een draagvlak is zeker nodig. Dan kunnen we daar in eensgezindheid – niet alleen bij de bevolking maar ook bij de partijen – over oordelen. 

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Tinne Rombouts (cd&v)

Ik sluit me graag aan bij deze vraag. We hebben hierover in het verleden inderdaad al regelmatig vragen en discussies gehad. Minister, ik wil toch vooral mijn bezorgdheid uiten over het draagvlak en de mogelijkheden om de Leidingstraat zoals voorzien aan te leggen in Vlaanderen.

Ik denk dat de hoeveelheid en ook de diversiteit van de reacties, waarbij verschillende knelpunten naar boven kwamen, aantoont dat het nodig was om dit grondig te herbekijken. Er moest worden nagegaan hoe we bepaalde elementen konden wegnemen. Zoals u zelf aangeeft, is de eerste cruciale vraag wat de noodzaak is van het project en wat men precies met het project voor ogen heeft. Want je kunt natuurlijk heel Vlaanderen voorbehouden voor van alles en nog wat en met andere woorden op een gegeven moment alles gewoon lamleggen omdat iets wordt voorbehouden om er ‘ooit misschien’ eens iets mee te doen, waardoor andere plannen gedwarsboomd worden. Ik denk dus dat het heel belangrijk is dat er een goede visie wordt uitgewerkt waarbij met alle elementen die een maatschappij nodig heeft rekening wordt gehouden.

Minister, u geeft heel duidelijk aan dat opnieuw de opdracht gegeven werd om de onderbouwing van dat project te verfijnen en verbeteren. U geeft aan dat u er ondertussen van overtuigd bent dat het project noodzakelijk is. Ik denk dat het, zoals u al zei, heel belangrijk is dat iedereen wel de kans krijgt om opnieuw ingelicht te worden. U wilt de gemeenten opnieuw op de hoogte brengen en ook de burgers, die de vorige keer via de gemeenten op de hoogte gebracht werden. Ik ben zeker benieuwd naar de timing maar stel me ook de vraag welke procedure u verder zult volgen. U geeft aan dat er grote wijzigingen aangebracht zijn aan het project. Is het dan niet aangewezen om opnieuw met een startnota te komen en op basis daarvan opnieuw de adviesronde – want we zitten nog niet in de fase van een openbaar onderzoek – te doorlopen? Want ik denk dat er heel wat mensen zijn die zich op basis van die nieuwe kennis opnieuw moeten kunnen uitspreken. Als je grote wijzigingen aanbrengt, kun je daarmee natuurlijk aan de ene tegemoetkomen maar mogelijk de andere in de problemen brengen. Anderzijds kan het ook mogelijk zijn dat daarmee een groter draagvlak gecreëerd wordt. Ik wil u dus het volgende vragen, minister. Wat is de volgende stap die u wilt zetten? Gaan we door met de procedure en zal men dan ooit wel geïnformeerd worden en met een openbaar onderzoek geconfronteerd worden? Of komen we effectief met een nieuwe startnota en gaan we opnieuw aan de slag met de mensen op het terrein?

De voorzitter

De heer Aerts heeft het woord.

Staf Aerts (Groen)

Wat de link met Ventilus betreft, denk ik dat er één gelijkenis is, namelijk dat het een groot infrastructuurproject is. Voor de rest zijn de doelstellingen wel heel uiteenlopend. Bij Ventilus is het de bedoeling om in de toekomst meer windenergie van zee aan land te brengen en het hele elektriciteitsnet in heel West-Vlaanderen te versterken, wat we absoluut nodig zullen hebben in de elektrificatie van onze samenleving. De Leidingstraat, aan de andere kant, zal dienen om fossiele brandstoffen te vervoeren voor de petrochemische industrie. (Opmerkingen van minister Demir)

We zullen op termijn inderdaad ook waterstof nodig hebben, maar dat betekent dan wel dat de definitie aanzienlijk veranderd is. Daarover gaat mijn vraag natuurlijk. We kunnen namelijk nu al nadenken over de tracés die mogelijk zouden wijzigen, maar het allerbelangrijkste om over na te denken is de doelstelling. Dat is waarover het gaat. Volgens recente cijfers van het Center for International Environmental Law is de plastiekindustrie in Europa vandaag goed voor 9 procent van de gasconsumptie en 8 procent van de olieconsumptie. Maar in Vlaanderen liggen die percentages qua fossiel brandstofverbruik twee tot zelfs drie maal hoger omdat we zoveel petrochemische industrie hebben. Dat is evenwel niet de toekomst waar onze industrie naartoe zal moeten evolueren. Als we dus die transitie willen inzetten, is dat de eerste vraag. Vooraleer te antwoorden op de vraag waar dat tracé moet lopen, moet er geantwoord worden op de vraag of en hoe die Leidingstraat noodzakelijk is om de omslag te maken naar circulaire en klimaatneutrale industrie. Dat is de eerste vraag. Ik hoop dus echt dat daar een gedegen antwoord op komt. Ja, we zullen in de toekomst nog pijpleidingen nodig hebben, maar ik ben er nog steeds niet zeker van dat we deze pijpleiding nodig hebben. Als het traject opnieuw wordt opgestart, hoop ik dat daar een degelijk antwoord op gegeven wordt. Het feit dat u verwijst naar waterstof, geeft dat misschien al een kans. We zijn heel nieuwsgierig naar die definitie, nog veel meer dan naar wijzigingen van tracés.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u collega’s. De noodzaak van dit project … Het is een project naar de toekomst toe, dus ik deel de mening van de groene fractie totaal niet. Ik denk dat de toekomst, ook voor de chemische cluster, de groene chemicaliën zijn, die ook op een of andere manier vervoerd moeten worden. Dat moet ook met waterstof gebeuren in de toekomst, maar we weten allemaal dat dat niet voor volgend jaar is, of het jaar nadien of ik weet niet wanneer.

Daarmee heb ik ook gevraagd om dat grondig in kaart te brengen. We hebben leidingen waar nu fossiele grondstoffen door vervoerd worden, die we op termijn niet meer kunnen gebruiken. Ik heb gevraagd om de oefening te maken naar wat we nodig zullen hebben op lange termijn, als die leidingen niet meer gebruikt worden. Aan de hand van die oefening werd er gezegd dat die breedte, wat betreft die gleuf, te veel gevraagd was. Dat is de reden waarom gezegd werd dat we dat tracé grondig zullen moeten aanpassen.

Het verschil met Ventilus is dat dit een ondergronds project is. Dat is heel duidelijk. Maar u ziet dat ook hier bezwaar is. Ik kijk naar de collega’s van het Vlaams Belang. Jullie zijn natuurlijk tegen alles, ook tegen dit project. Dit is ondergronds, maar ook hier is er protest.

Ik denk dat die omslag, die groene energietransitie, sowieso de bedoeling is. Ook de industrie wil daar volle bak op inzetten. Vandaar ook de herwerking van die doelstellingen, zoals ik eerder heb gezegd. Ik denk dat de collega van Groen niet zo goed heeft geluisterd. Ik zei in het begin van mijn antwoord dat we de doelstellingen aan het aanpassen zijn. U moet wel luisteren, collega’s van Groen.

Qua timing hoop ik natuurlijk dat dit zo snel mogelijk kan, maar we zullen dit eerst in de schoot van de Vlaamse Regering moeten bekijken. De nota wordt door de administratie en het planteam op dit moment opgesteld. Dan is het de bedoeling dat we daar zo snel mogelijk duidelijkheid over krijgen.

Draagvlak is cruciaal. We gaan daar zowel rechtstreeks met de bevolking, maar ook met de lokale besturen mee aan de slag moeten gaan. Ik hoop dat dit zo snel mogelijk zal gebeuren. Ik had me gefocust op de krokusvakantie, voor of na. Het zal dus ergens rond die periode zijn.

De voorzitter

De heer Vandenhove heeft het woord.

Ludwig Vandenhove (Vooruit)

Inhoudelijk is het goed dat we bijna vanaf nul beginnen, maar de timing is natuurlijk heel belangrijk. Daar wordt opnieuw niet op ingegaan, net als bij de vorige vragen. Dat is nochtans essentieel als je de bevolking wilt geruststellen, los van de inhoud. In die zin hoop ik, minister, dat het zeker gebeurt bij het komend krokusverlof. Misschien op carnaval, dat valt in het krokusverlof.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Bron: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/vragen-en-interpellaties/1662059

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 525

van MAARTEN DE VEUSTER
datum: 18 februari 2022
aan ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME


18 februari 2022 : Vraag gesteld aan de minister
18 maart 2022: Einde van de antwoordtermijn
18 maart 2022: Tijdig beantwoord
12 april 2022: Publicatie op de website


Aanleg leidingstraat Antwerpen-Ruhrgebied – Vergelijkbaar project Delta Corridor Nederland

De studie met betrekking tot de aanleg van de leidingstraat Antwerpen-Geleen-
Ruhrgebied is momenteel in volle voorbereiding. In de loop van dit proces is gebleken dat
er tegen de aanleg van deze leidingstraat bezwaren werden ingediend en dat veel vragen
nog niet beantwoord zijn. Maar uiteindelijk moet dit in 2023 leiden tot een gewestelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) dat het traject zal vastleggen tussen de Antwerpse
haven en Geleen aan de Nederlandse grens voor een reservatiezone voor ondergrondse
pijpleidingen.

Midden vorig jaar is ook het Havenbedrijf Rotterdam en de Rotterdam Rijn Pijpleiding
Maatschappij (RPR – dat olieproducten sinds de jaren zestig vanuit Rotterdam via Venlo
naar Duitsland doorheen een pijpleiding vervoert) gestart met een gezamenlijke
haalbaarheidsstudie voor de aanleg van ‘buisleidingen’, zo heet dat in Nederland, voor
verschillende producten (waterstof, CO2, LPG en propeen) tussen Rotterdam, de
Limburgse chemiecluster Chemelot en Noordrijn-Westfalen.

Dit project kreeg de naam Delta Corridor en zal dus belangrijke industrieclusters in
Nederland en Duitsland met elkaar verbinden. Daarbij spreekt men uiteindelijk zelfs van
een realisatietermijn van amper vier jaar. Er is zelfs sprake van om vanuit Moerdijk
andere clusters in Vlaanderen op de Delta Corridor aan te sluiten via een mogelijke
buisleidingenbundel, grotendeels doorheen Zeeuws-Vlaanderen, langs Antwerpen, Gent,
Terneuzen en Vlissingen.

  1. Is de minister op de hoogte van de Nederlandse plannen voor de bouw van de Delta
    Corridor?
  2. Vinden hierover gesprekken plaats met de Nederlandse overheid en met de
    initiatiefnemers van de Delta Corridor? Wat is hiervan desgevallend de stand van
    zaken?
  3. Nederland mikt op een uitvoeringstermijn van 4 jaar.
    Kan de minister alvast een stand van zaken en een timing geven voor wat betreft de
    leidingstraat Antwerpen-Geleen-Ruhrgebied?
  4. Het Nederlandse concept gaat uit van Common Carrier Leidingen die door
    verschillende partijen/klanten gebruikt zouden kunnen worden. Vlaanderen denkt
    blijkbaar nog steeds aan Dedicated Carrier Leidingen, aangelegd door en ten
    behoeve van één klant per pijpleiding.
    Waarom kiest Vlaanderen voor dit concept?
  5. Hoe schat de minister het concurrentievoordeel van Rotterdam ten opzichte van
    Antwerpen in als Nederland de Delta Corridor sneller operationeel heeft?
  6. De vier buisleidingen van de Delta Corridor zouden onmiddellijk in één bundel
    worden aangelegd, wat ook financieel voordelig zou zijn en de overlast tijdens de
    bouw zou beperken.
    Ziet de minister dit als een na te volgen voorbeeld voor de Leidingstraat Antwerpen-
    Geleen-Ruhrgebied?

ZUHAL DEMIR
VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME
ANTWOORD op vraag nr. 525 van 18 februari 2022 van MAARTEN DE VEUSTER

  1. De Vlaamse Regering, noch ikzelf ben rechtstreeks op de hoogte gebracht van dit
    Nederlandse initiatief. Zoals u aangeeft zijn nu de resultaten van een
    haalbaarheidsstudie in Nederland bekend gemaakt.
  2. Ik heb er geen weet van dat er rechtstreekse gesprekken met de Nederlandse overheid
    over dit initiatief gevoerd zouden zijn. Zoals u weet is er structureel overleg met zowel
    de Nederlandse als de Duitse overheid (NoordRijn-Westfalen) in het kader van de
    zogenaamde Trilog of trilaterale chemiestrategie.
  3. Ik verwijs naar mijn antwoord van 27 februari op verschillend vragen in de commissie
    van het Vlaams Parlement. Ik leg het dossier van de leidingstraat Antwerpen-Ruhr
    (Geleen) op korte termijn voor aan de Vlaamse Regering.
  4. De leidingstraat is bedoeld als een reservatie van ruimte om in de toekomst leidingen
    te kunnen realiseren. Er wordt ingespeeld op een snel veranderende energie-situatie.
    Het concept van common-carrier speelt daar zeker een rol in.
  5. Ik kan dat niet inschatten wanneer het Nederlandse plan operationeel zal zijn.
  6. Het spreekt voor zich dat een gelijktijdige aanleg van verschillende leidingen veel
    voordelen zou hebben. Ik stel anderzijds vast dat de energie-transitie verloopt met
    grote sprongen en dat er veel onzekerheid is over de concrete aanpak van deze
    transitie. Een gelijktijdige aanleg is zeker niet de enige optie.

Bron: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/schriftelijke-vragen/1610365